Posts tonen met het label feelgood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label feelgood. Alle posts tonen

zondag 15 november 2015

#Kotfood: noedelsoep

Deze noedelsoep is het resultaat van een mislukte poging om mijn favoriete pikante soep van bij de Chinees na te maken. Ik sprak van een mislukte poging in die zin dat ze in de verste verte niet lijkt op die bewuste Chinese soep. Zonder al te arrogant over te willen komen, maar deze soep is gewoon véél lekkerder, sneller, goedkoper en gezonder. Laat ons van een van de meest succesvolle mislukkingen uit mijn hele kookcarière spreken.

Zo succesvol dat ik deze soep minstens eens om de 2 weken maak op kot om er dan 2 dagen lang van te eten. Een kleine berekening brengt me erbij dat 1 op de 5 warme maaltijden die ik op kot verorberen zich tot deze soep brengen. Of ik dat niet beu word? Bijlange niet! Zou jij iets wat super lekker is, je elke keer een klein beetje kan aanpassen aan wat je in de koelkast liggen hebt en je ’s ochtends net voor je naar de les of het werk vertrekt op nog geen 15 minuutjes uit je mouw schudt ooit beu worden? Ik alvast niet.

Varieer er dus op los: andere groenten, andere noedels (denk aan rijst- of groene theenoedels, mie…), met of zonder tomatenpuree, met tofu of tempé of nog iets anders … Alles kan erin en zolang je je een beetje aan de basisregels van het recept houdt, is het resultaat telkens weer verrukkelijk.

No-time noedelsoep





  • 1 blok stevige tofu
  • 6 el rijstazijn
  • 6 el sojasaus
  • 3 cm geschilde gemberwortel, of wat meer als je net als ik aan een zware gemberverslaving lijdt
  • 1 rood pepertje, zonder pitjes
  • 3 teentjes knoflook
  • 2 l groentebouillon
  • 4 wortels
  • 200 g sugarsnaps of snijbonen
  • 1 rode paprika
  • 500 g champignons
  • 2 rode uien
  • 1 pak sojascheuten
  • 75 g tomatenpuree
  • Noedels, zoveel je lief is
  • 1 bosje lente-uitjes
  • Optioneel: pinda’s
  1. Snijd de tofu in blokjes en marineer hem alvast in de rijstazijn en de sojasaus.
  2. Snipper de gember, het pepertje en de look heel fijn en doe ze in een grote soepketel.
  3. Giet er de bouillon op en laat alles al even opkoken. Zo zal de bouillon de smaak van de gember al wat opnemen.
  4. Snijd intussen de wortels in schuine schijfjes, de paprika in reepjes, de snijbonen in schuine stukken en de champignons in sneetjes. Snipper de lente-uitjes fijn.
  5. Laat eerst de wortels meekoken en doe er pas een 4-tal minuten later de andere groenten en de tofu (inclusief de marinade) bij.
  6. Wat de noedels betreft, hangt alles ervan af welke noedels je gebruikt. Sommige moeten 4 minuten koken, anderen moeten gewoon even weken. Op de verpakking kijken, is dus de boodschap! Wie zeker wil zijn, kan de noedels ook gewoon apart koken, ze daarna over de soepkommetjes verdelen en er de soep over gieten.
  7. Laat de soep even koken totdat de groentjes net niet gaar zijn. Het is veel lekkerder als de groentjes nog lekker krokant zijn, dan wanneer ze zielig en volledig plat gekookt in de soep drijven.
  8. Doe er de tomatenpuree en ¾ van de lente-uitjes bij en laat de soep nog even opkoken.
  9. Schep een flinke portie soep in een mooie kom. Wat extra lente-ui en eventueel wat pinda’s en klaar!

* Tip: De soep wordt pikant door de gember en het pepertje. Als je niet zo into pikant bent, doe je er dus best wat minder gember in of laat je gewoon het pepertje weg.

zaterdag 31 oktober 2015

Fastfood en flashbacks

Vakantie, ze lijkt alweer zo vreselijk ver weg …

Flashback.

Op een zondagavond in augustus, namen mijn vriend en ik de trein terug naar huis na een weekendje zee. We waren in een rush vertrokken en hadden ’s avonds dus nog niets kunnen eten. Geen ramp, alles behalve, want in mijn hoofd verheugde ik me al op het feit dat ik nu een goed excuus had om mezelf te trakteren op een sapje in die leuke sapbar in het station in Gent, onze tussenstop. Aangekomen in het station, tsjokte mijn vriend richting pitabar en ik richting mijn sapwalhalla. Niets in mijn hoofd had eraan gedacht dat zo’n sapbar iets kende als openingsuren…

Ik speurde het hele station af op zoek naar iets relatief gezonds, maar veel gezonder dan suikerwafels en ijs leek het niet te kunnen worden. Uitgehongerd, licht gefrustreerd ging ik dan maar wat klagen bij vriend in kwestie die op een bankje zat te genieten van zijn in zilverpapier gehulde kebab-wrap. “Dan maar geen avondeten”, zei ik meelijwekkend, waarop hij me aanspoorde eens in die pitazaak te gaan kijken. Ik heb nog nooit een voet richting een pitabar gezet. Die 2 grote draaiende vleeshompen, veelal door warmrood licht in de spotlight gezet, schrikten mijn vegetarische zelve steeds af. Dat ik daar zo een beetje eten ga gaan zoeken zeker, dat ziet ge van hier. Maar ik had honger. En honger drijft een mens tot de zotste dingen, dus stapte ik richting het menu-bord en onderzocht mijn opties. Tot mijn grote verbazing trof ik een vegetarisch broodje falafel aan. Oké dan maar. En voor het eerst in wel 6 jaar bestelde ik fastfood. Honger verdrijft principes.

Nogal argwanend zette ik me naast mijn vriend, die nog net geen foto’s begon te nemen  om dit legendarische moment (Anne-Sophie eet fastfood) vast te leggen, op het bankje. Ik opende mijn zilverpapiertje en zag… Groentjes, ofwa?! En nog redelijk veel groentjes ook. Ook qua smaak steeg dit broodje falafel in mijn achting en na enig geanalyseer, besloot ik dat dit op gezondheidsvlak veel erger had gekund.

Een openbaring en een aanrader voor hongerige, vegetrische reizigers dus. (Hoewel de sapjes toch nog steeds mijn voorkeur genieten hoor).

Deze vakantieherinnering indachtig, bekeek ik de pot kikkererwten die op mijn voorraadrek stond en wist ik wat me te doen stond. Zelf een broodje falafel ineen flansen en wel snel, want 45 minuten later moest ik alweer gewapend met pen en cursus in de les dierkunde zitten.

De kikkererwten vlogen met wat kruiden in de keukenrobot, de pan in ermee, broodje roosteren, groentjes erbij en klaar. Met nog 30 minuten over genoot ik op mijn gemakje van mijn eigen, gezonde broodje falafel en die leuke vakantieherinnering. De geweldige spreuk indachtig:

"Don’t cry because it’s over, smile because it happened."

Of hoe melig unief een mens kan maken.

Broodje falafel op een rappeke


-          1 pot kikkererwten
-          1 hand peterselie
-          1 takje munt
-          1 tl komijn
-          ½ tl cayenne
-          1/2 tl curcuma
-          1 gare zoete aardappel (in stukken snijden en 10 minuten in de microgolfoven)
-          1 tl ras el hanout
-          1 tl knoflookpoeder
Voor erbij
-          Volkoren pitabroodjes, geroosterd
-          Sausjes naar keuze: looksaus, veganaise, ketchup, sriracha…
-          Avocadoblokjes, fetablokjes…
-          Groentjes naar keuze: sla, tomaat, komkommer, fijngesneden rode kool, rode ui, wortelreepjes …

  1. Doe de gespoelde, uitgelekte kikkererwten samen met de zoete aardappelblokjes, peterselie, munt, komijn, cayenne, curcuma, ras el hanout, wat zout en knoflookpoeder in de keukenrobot. Mix op volle snelheid tot je een korrelig, doch kneedwaar deegje bekomt.
  2. Vorm kleine burgertjes van het kikkererwtenmengsel en bak deze in wat kokosolie in een antikleefpan.
  3. Stop je falafel samen met wat groentjes, een sausje naar keuze en eventueel wat feta of avocado in een volkoren pitabroodje en zet er met smaak je tanden  in. 

zondag 25 oktober 2015

Creepy karamel appels

Volgende week is het Halloween!

Ik herinner me nog die keer in de lagere  school, toen ik met een paar vriendinnen op trick-or-treat-ronde ging in ons dorp. We moesten aan iedereen die de deur opendeed, verbaasd 4 in heksen en zombies verkleedde kleine meisjes te zien, uitleggen waarom we nu juist voor hun deur stonden en het gerechtigd vonden snoep te eisen. Halloween was nog niet bepaald ingeburgerd, zeker niet in die tijd en in het boerendorp waar ik woon en de gemiddelde inwoner 79 jaar en slecht te been is. Onze snoepronde verloor dus wat van zijn charme. Maar goed, we kregen snoep, we waren blij.

Ik wilde altijd dat ik op 31 oktober heel even in Amerika kon wonen. Voor een klein kind leek die dag me de hemel, de topdag van het jaar. Als je het mag geloven, maakt elke oma en elk gezin op die dag een hele hoop zelfgemaakte Halloweensnoepjes klaar. Om ter lekkerst, om ter meest. Moet gewoon geweldig zijn als kind.

Dit jaar besloot ik zelf een Halloweenzoetigheid te maken en zo de echte Amerikaanse huismoeder in mezelf eens volledig te laten gaan. Ik struinde langs een heleboel overzichten op blogs en recepten op Pinterest en kreeg zo naderhand een beeld van de traditionele zoetigheden waarmee, de Amerikaanse kinderhandjes op 31 oktober gevuld worden.Peanutbuttercups, huisgemaakte snickers, heksenkoekjes en ander zoets in enge vormen. Eén ding sprong me meer dan de rest in het oog: karamel appels. Blijkbaar zijn deze een traditional op Halloween.

Nu wil het toeval dat ik gek ben op karamelappels. Nu ja, toch als die vergelijkbaar zijn met die rode kermisappels van bij ons, wat ik veronderstel. Traditioneel al ik 1 keer per jaar zo’n appel op  de kermis in onze stad. Helaas werden ze uit mijn leven verbannen door het ijzerdraadje dat nu voorkomt dat mijn tanden terug in konijnenstand gaan staan. Op de kermis lopen, die appels zien en weten dat ik er geen mag, het blijft altijd een pijnlijke zaak.

Mijn beslissing was dus snel gemaakt en ik begon  te experimenteren met gezonde karamel en appels. Uiteindelijk besloot ik dat een volledige appel in karamel hullen nogal een gedoe en verschrikkelijk onhandig was. Een gezellige karamel-appeldip leek me een zeer mooi alternatief.

Karamel en appels.
Gezond en ijzerdraad-proof.

Ikke blij.

P.S. Voor deze karamelappels hoeft het geen Halloween te zijn. Ze zijn op elke dag van het jaar verslavend lekker.

Gezonde karamel-appels



-          15 zachte, grote dadels, ontpit
-          2 el ahornsiroop
-      1 el amandelboter of gemengdenotenboter
-          Zeezout

-          2 erg lekkere, knapperige appels
-          Amandelschilfers, optioneel

  1. Snijd de dadels in stukjes, doe ze in een kommetje en zet ze half onder met water.
  2. Laat de dadels ongeveer een uurtje weken in het water. Ongeduldig? Ik ook, dus zet ik mijn potje altijd voor anderhalve minuut in de microgolfoven. Hetzelfde effect als weken, maar dan tien keer sneller.
  3. Voeg de ahornsiroop, notenboter en het zout toe aan je geweekte/verarmde dadels en mix in een kleine keukenrobot of met de mixer tot een mooie, gladde karamelkleurige dip. Vind je de dip wat te vast, voeg dan in kleine beetjes nog wat water toe.
  4. Snijd je appels in partje  en zet ze samen met de amandelschilfers en het kommetje karamelsaus op tafel.
  5. En nu: dippen maar! 



zondag 27 september 2015

De fake-kip-tip

Deze tip kwam er naar aanleiding van een van de mooiste momenten uit mijn vegetarische kookcarrière.

We schrijven vorige zomer. Augustus. Maandag. Twaalf uur ’s middags.

Een kleine inventarisering bracht mij bij de conclusie dat er op een bakje quorn, een restje vlees, een paar zielige aardappels en een krop sla niet al te veel in de koelkast zat.

Ik was echter verhongerd en zo was ook mijn vriend, die terwijl ik op zoek ging naar eten nog wat op de computer aan het prutsen was.

De huisvrouw in mij voelde dus de drang deftig eten op tafel te zetten.

Na zo’n tien minuten  had ik een eenvoudige salade gemaakt, een restje patatjes gebakken en voor vriend in kwestie nog een restje vlees opgewarmd.  

Kenmerk 1 van een hongerige Anne-Sophie: koken kan héél snel gaan.

Voor mezelf gooide ik mijn quornblokjes met een scheut soja- en zoetzure chilisaus in de microgolf, niet meteen hopend op een al te overdonderend culinair hoogstandje.

Kenmerk 2 van een hongerige ik: eten is eten.

Ik zet dus alles netjes op tafel. Bordjes, mes, vork, de salade, patatjes, zijn vlees en mijn quorn.

Ik roep: “Eten!” en nog geen halve minuut later zit vriend lief reeds aan tafel.

Verhongerd en gelokt door de geur van voedsel, waagt hij het- nog voor ik aan tafel zit -een brokje eten te stelen. Een brokje van mijn quorn.

Ik wil bijna furieus worden. Schreeuwen dat hij daar een heel bord dood beest voor zich staan heeft voor hem en ik maar en paar quornblokjes en hij zelf vlees wou dus dat dan ook maar zelf moet opeten en van mijn quornblokjes moet blijven.

Kenmerk 3 van een hongerige Anne-Sophie: kom in geen geval aan mijn eten.

Maar mijn vriend is mij voor: “ Amai, da’s goeie kip.”, zegt hij.

Over mijn quornblokjes. 
Ik herhaal: over mijn QUORNblokjes.

Hoe schoon is dat niet?

Het is niet dat ik nog nooit iemand quorn, tofu, kikkererwten of vegetarisch in het algemeen heb kunnen doen eten zonder dat ze dat zelf door hebben, maar deze keer was anders.

Het kwam er zo spontaan en onwetend uit.

Een mooi moment vond ik dat. Eentje om te koesteren. 
Ik heb maar weinig nodig heb om gelukkig te zijn, ziet u.

Wat ik dus eigenlijk wilde zeggen, is dat u dat eens moet proberen, die fake-kip.
Bij voorkeur zo komende donderdag, op 1 oktober, want dan is het Wereld Veggie Dag. 


En oh ja, als u me zou laten weten wat u ervan vond zou ik dat zeer fijn vinden.
De planeet en ik danken u.

Fake-kip

Gemarineerde quornblokjes met boerenkool, broccoli en gierst

     - 1/2 bakje quornblokjes (die vind je tegenwoordig in nagenoeg elke supermarkt)
     - 4 el zoutzure chilisaus
     - 1 el sojasaus
     - een scheutje water


  1. Marineer de blokjes vijf minuutjes in de chili- en sojasaus.
  2. Verwarm ze 3 minuutjes met een klein scheutje water in de microgolfven.        
  3. Eet de quornblokjes met een slaatje, bij wat gewokte groentjes en noodles, met een groentencouscous  of quinoa.
  4. Overtuig jezelf, vrienden, lief, ouders of weet ik veel wie.