Posts tonen met het label comfortfood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label comfortfood. Alle posts tonen

woensdag 23 december 2015

#Kerst: brownietruffels

Het is zo ver! Morgenavond mogen we in mottige kerstpyjama's rond de kerstboom zitten, kerstliedjes kwelen en de bomma kennis laten maken met christmas crackers (een aanrader en amusement verzekerd, tenzij de bomma met haar hart sukkelt...). 

The most wonderful time of the year. 

Geen understatement want voor mij en mijn soortgenoten staat kerstavond ook garant voor 1 avond zonder boeken en zonder "ik  ga dat vanzeleven niet kunnen"-crisissen. Morgenavond, zijn we voor heel even vrij en blij. 

Om al wat in the mood te komen (en om te compenseren dat ik geen tijd heb om net als in het pre-unief-tijdperk én een biscuit én een bûche de Noël te bakken) maak ik vanavond deze kleine brownietruffels voor bij de kerstkoffie. Apart verpakt in een wikkeltje bakpapier en met een klein kerstbriefje erbij zijn ze mijn kerstkaartje voor mijn familie. Want uiteindelijk draait kerst niet om de cadeautjes en veel te veel eten, maar om samenzijn en gezelligheid.
Of om deze kerstcadeautjesreeks met een gigantisch cliché af te sluiten:

Raw brownietruffels


- 100g ontpitte dadels, grof gesneden
- 100g gemengde noten
- 50g boekweit
- 80g cacaopoeder
- Snuifje zout
- 2 el rijststroop of ahornsiroop
- 2 el kokosolie
- 3 el plantaardige melk
  1. Maal alles fijn in de keukenrobot tot je een kneedbaar geheel krijgt.
  2. Rol kleine balletjes van het browniemengsel en plaats ze op een schaal die in de koelkast past. 
  3. Laat de brownietruffels zo'n 3 uur of langer opstijven in de koelkast.
  4. Eens ze opgesteven zijn versier je de truffels met wat kunstige strepen van gesmolten chocolade. 
  5. Laat de chocoladestrepen uitharden. 
  6. Klaar! 
  


Vrolijk kerstfeest allemaal! 









zondag 15 november 2015

#Kotfood: noedelsoep

Deze noedelsoep is het resultaat van een mislukte poging om mijn favoriete pikante soep van bij de Chinees na te maken. Ik sprak van een mislukte poging in die zin dat ze in de verste verte niet lijkt op die bewuste Chinese soep. Zonder al te arrogant over te willen komen, maar deze soep is gewoon véél lekkerder, sneller, goedkoper en gezonder. Laat ons van een van de meest succesvolle mislukkingen uit mijn hele kookcarière spreken.

Zo succesvol dat ik deze soep minstens eens om de 2 weken maak op kot om er dan 2 dagen lang van te eten. Een kleine berekening brengt me erbij dat 1 op de 5 warme maaltijden die ik op kot verorberen zich tot deze soep brengen. Of ik dat niet beu word? Bijlange niet! Zou jij iets wat super lekker is, je elke keer een klein beetje kan aanpassen aan wat je in de koelkast liggen hebt en je ’s ochtends net voor je naar de les of het werk vertrekt op nog geen 15 minuutjes uit je mouw schudt ooit beu worden? Ik alvast niet.

Varieer er dus op los: andere groenten, andere noedels (denk aan rijst- of groene theenoedels, mie…), met of zonder tomatenpuree, met tofu of tempé of nog iets anders … Alles kan erin en zolang je je een beetje aan de basisregels van het recept houdt, is het resultaat telkens weer verrukkelijk.

No-time noedelsoep





  • 1 blok stevige tofu
  • 6 el rijstazijn
  • 6 el sojasaus
  • 3 cm geschilde gemberwortel, of wat meer als je net als ik aan een zware gemberverslaving lijdt
  • 1 rood pepertje, zonder pitjes
  • 3 teentjes knoflook
  • 2 l groentebouillon
  • 4 wortels
  • 200 g sugarsnaps of snijbonen
  • 1 rode paprika
  • 500 g champignons
  • 2 rode uien
  • 1 pak sojascheuten
  • 75 g tomatenpuree
  • Noedels, zoveel je lief is
  • 1 bosje lente-uitjes
  • Optioneel: pinda’s
  1. Snijd de tofu in blokjes en marineer hem alvast in de rijstazijn en de sojasaus.
  2. Snipper de gember, het pepertje en de look heel fijn en doe ze in een grote soepketel.
  3. Giet er de bouillon op en laat alles al even opkoken. Zo zal de bouillon de smaak van de gember al wat opnemen.
  4. Snijd intussen de wortels in schuine schijfjes, de paprika in reepjes, de snijbonen in schuine stukken en de champignons in sneetjes. Snipper de lente-uitjes fijn.
  5. Laat eerst de wortels meekoken en doe er pas een 4-tal minuten later de andere groenten en de tofu (inclusief de marinade) bij.
  6. Wat de noedels betreft, hangt alles ervan af welke noedels je gebruikt. Sommige moeten 4 minuten koken, anderen moeten gewoon even weken. Op de verpakking kijken, is dus de boodschap! Wie zeker wil zijn, kan de noedels ook gewoon apart koken, ze daarna over de soepkommetjes verdelen en er de soep over gieten.
  7. Laat de soep even koken totdat de groentjes net niet gaar zijn. Het is veel lekkerder als de groentjes nog lekker krokant zijn, dan wanneer ze zielig en volledig plat gekookt in de soep drijven.
  8. Doe er de tomatenpuree en ¾ van de lente-uitjes bij en laat de soep nog even opkoken.
  9. Schep een flinke portie soep in een mooie kom. Wat extra lente-ui en eventueel wat pinda’s en klaar!

* Tip: De soep wordt pikant door de gember en het pepertje. Als je niet zo into pikant bent, doe je er dus best wat minder gember in of laat je gewoon het pepertje weg.

zaterdag 31 oktober 2015

Fastfood en flashbacks

Vakantie, ze lijkt alweer zo vreselijk ver weg …

Flashback.

Op een zondagavond in augustus, namen mijn vriend en ik de trein terug naar huis na een weekendje zee. We waren in een rush vertrokken en hadden ’s avonds dus nog niets kunnen eten. Geen ramp, alles behalve, want in mijn hoofd verheugde ik me al op het feit dat ik nu een goed excuus had om mezelf te trakteren op een sapje in die leuke sapbar in het station in Gent, onze tussenstop. Aangekomen in het station, tsjokte mijn vriend richting pitabar en ik richting mijn sapwalhalla. Niets in mijn hoofd had eraan gedacht dat zo’n sapbar iets kende als openingsuren…

Ik speurde het hele station af op zoek naar iets relatief gezonds, maar veel gezonder dan suikerwafels en ijs leek het niet te kunnen worden. Uitgehongerd, licht gefrustreerd ging ik dan maar wat klagen bij vriend in kwestie die op een bankje zat te genieten van zijn in zilverpapier gehulde kebab-wrap. “Dan maar geen avondeten”, zei ik meelijwekkend, waarop hij me aanspoorde eens in die pitazaak te gaan kijken. Ik heb nog nooit een voet richting een pitabar gezet. Die 2 grote draaiende vleeshompen, veelal door warmrood licht in de spotlight gezet, schrikten mijn vegetarische zelve steeds af. Dat ik daar zo een beetje eten ga gaan zoeken zeker, dat ziet ge van hier. Maar ik had honger. En honger drijft een mens tot de zotste dingen, dus stapte ik richting het menu-bord en onderzocht mijn opties. Tot mijn grote verbazing trof ik een vegetarisch broodje falafel aan. Oké dan maar. En voor het eerst in wel 6 jaar bestelde ik fastfood. Honger verdrijft principes.

Nogal argwanend zette ik me naast mijn vriend, die nog net geen foto’s begon te nemen  om dit legendarische moment (Anne-Sophie eet fastfood) vast te leggen, op het bankje. Ik opende mijn zilverpapiertje en zag… Groentjes, ofwa?! En nog redelijk veel groentjes ook. Ook qua smaak steeg dit broodje falafel in mijn achting en na enig geanalyseer, besloot ik dat dit op gezondheidsvlak veel erger had gekund.

Een openbaring en een aanrader voor hongerige, vegetrische reizigers dus. (Hoewel de sapjes toch nog steeds mijn voorkeur genieten hoor).

Deze vakantieherinnering indachtig, bekeek ik de pot kikkererwten die op mijn voorraadrek stond en wist ik wat me te doen stond. Zelf een broodje falafel ineen flansen en wel snel, want 45 minuten later moest ik alweer gewapend met pen en cursus in de les dierkunde zitten.

De kikkererwten vlogen met wat kruiden in de keukenrobot, de pan in ermee, broodje roosteren, groentjes erbij en klaar. Met nog 30 minuten over genoot ik op mijn gemakje van mijn eigen, gezonde broodje falafel en die leuke vakantieherinnering. De geweldige spreuk indachtig:

"Don’t cry because it’s over, smile because it happened."

Of hoe melig unief een mens kan maken.

Broodje falafel op een rappeke


-          1 pot kikkererwten
-          1 hand peterselie
-          1 takje munt
-          1 tl komijn
-          ½ tl cayenne
-          1/2 tl curcuma
-          1 gare zoete aardappel (in stukken snijden en 10 minuten in de microgolfoven)
-          1 tl ras el hanout
-          1 tl knoflookpoeder
Voor erbij
-          Volkoren pitabroodjes, geroosterd
-          Sausjes naar keuze: looksaus, veganaise, ketchup, sriracha…
-          Avocadoblokjes, fetablokjes…
-          Groentjes naar keuze: sla, tomaat, komkommer, fijngesneden rode kool, rode ui, wortelreepjes …

  1. Doe de gespoelde, uitgelekte kikkererwten samen met de zoete aardappelblokjes, peterselie, munt, komijn, cayenne, curcuma, ras el hanout, wat zout en knoflookpoeder in de keukenrobot. Mix op volle snelheid tot je een korrelig, doch kneedwaar deegje bekomt.
  2. Vorm kleine burgertjes van het kikkererwtenmengsel en bak deze in wat kokosolie in een antikleefpan.
  3. Stop je falafel samen met wat groentjes, een sausje naar keuze en eventueel wat feta of avocado in een volkoren pitabroodje en zet er met smaak je tanden  in. 

woensdag 26 augustus 2015

Eindelijk chocoladetaart!

“We’ll be back.”

Dat waren onze woorden na het succes van de -naar onze bescheiden mening- geweldige, legendarische vegan donuts van vorig jaar. Niet voor het één of het ander, maar het lijkt me zeer de moeite dat receptje nog eens te bekijken. Je vindt het hier (gewoon klikken).

‘We’ zijn opnieuw die ene vriendin en ik. Noem ons het olijke kerstduo, want putje zomer naar Michaël Buble’s Christmas CD luisteren en ter afwisseling naar Nigella’s Christmas Kitchen kijken, is nu eenmaal wat we doen. Kerst-, open haard-, wollige dekentjes- en wintergeobsedeerd als we zijn. Een beetje raar  zijn we ook wel, maar dat doet zoals gezegd geen pijn.

Naar aloude traditie kwamen we deze vakantie weer een keer samen om onze culinaire, creatieve uitspattingen een plaatsje te geven en waagden we ons in de uithoeken van het bakuniversum.

Klaar om de vegan bakwereld opnieuw een openbaring rijker te maken.

Onbevreesd.

Onbezonnen.

Maar helaas….
Inspiratieloos.

Niet dat we niet wisten wat te maken. Wél dat  we niet meteen een idee hadden hoe eraan te beginnen.

Het concept was nochtans eenvoudig:
 Ik vroeg aan de vriendin  in kwestie wat ze graag wilde veganizen. Vriendin in kwestie is een vrouw in hart en nieren, dus het antwoord lag voor de hand: een decadente chocoladetaart, met alles erop en eraan. Meteen begon er iets in mij te knagen, want als ik heel erg eerlijk ben, heb ik een lichte vegan chocoladetaartfobie. Vegan en gezonde chocoladetaart maken, is iets wat me maar niet wil lukken. Of toch niet helemaal. De taart is nooit zoals ik ze wil. Te bitter, niet zoet genoeg, te droog, te nat, niet gerezen… Het is altijd wel iets en na een poging of 20, had ik me erbij neergelegd dat chocoladetaart me nu eenmaal nooit ging lukken en had ik mijn gezondere chocoladetaartdroom het afgelopen jaar gelaten voor wat hij was.

Toen we in de keuken stonden, hadden we dus niet onze gewoonlijke “we smijten wat vanalles bij elkaar en hopen dat er iets lekkers uitkomt”-drive van gewoonlijk.

Zoals het licht-inspiratieloze mensen betaamd, zochten we onze toevlucht tot Pinterest. Even later hadden we een recept dat  we tegen al onze principes in volledig navolgden. We voelden ons wel een beetje schuldig dat we zelf niets hadden durven verzinnen, maar dat knagend gevoel verdween als snel eens we het heerlijk zoete chocoladebeslag in de vorm goten en nadien de pot uitlikten. Dit kon wel eens een erg lekkere, gezondere chocoladetaart worden…

En dat werd het. Niet als dusdanig gerezen, maar wel vol en chocoladeïg. Net zoals we ons een chocoladetaart voorstelden.

Om onze creatieve zelven toch nog een beetje te uiten, maakten we zelf een sausje voor over onze taart. En daarna volgden de traditionele belachelijke selfies en lachten we onszelf buikpijn... 

Ons doel om weer een legendarisch recept te verzinnen was dan wel niet bereikt, maar we hadden nu wel een heerlijk vegan recept voor chocoladetaart en bovenal hebben we ons een hele middag ontzettend geamuseerd. En plezier maken en genieten is toch waar samen koken in de eerste plaats om zou moeten draaien, denk ik dan. 

Decadente chocoladetaart
Gebaseerd op een recept van MinimalistBaker 

Decadente vegan chocoladetaart

Natte ingrediënten
-          4 el gemalen lijnzaad + 12 el water
-          250 ml havermelk
-          1 ½ tl appelciderazijn
-          1 zakje bakpoeder
-          150 ml kokosnectar, agavesiroop, ahornsiroop of honing (niet vegan)
-          150g kokosbloesemsuiker
-          13Og gesmolten kokosolie
-          1 el vanille-extract
-          500g appelmoes (gemixte rauwe appel)
Droge ingrediënten
-          Een snuifje zout
-          120g ongezoet  cacaopoeder
-          120g amandelmeel
-          50g havermeel (fijngemalen havervlokken)
-          200g zelfrijzend bakmeel
Voor het chocoladesausje
-          Kokosroom van 1 blik kokosmelk
-          3 el cacaopoeder
-          2 el ahornsiroop
-          Snuifje zout

  1. Mix alle natte ingrediënten in de blender tot een gladde massa.
  2. Meng in  een grote mengkom de droge ingrediënten door elkaar.
  3. Meng de  natte mix onder de droge en roer tot een glad, doch stevig beslag.
  4. Giet het beslag in een met bakpapier beklede, ronde springvorm en bak de taart gedurende 45 minuten tot een uur in de voorverwarmde oven op 180°C of tot een prikker droog uit het midden van de taart komt.
  5. Meng intussen alle ingrediënten voor het  sausje door elkaar.
  6. Laat de taart afkoelen en serveer met de chocoladesaus en eventueel wat besjes en gehakte walnoten.



Decadente vegan chocoladetaart


Decadente vegan chocoladetaart onder vriendinnen 


zondag 23 augustus 2015

Fast-Food: perzik-geitenkaas-olijf-salade

Salade is eigenlijk fast-food, maar dan gezonder. Ik ben er redelijk verslaafd aan: doodsimpel, je kan er alles in kwijt wat je maar wil en het is vooral ongelofelijk lekker.
 

Een ander leuk pluspuntje aan salades is dat ze er vaak ontzettend lekker uitzien en mensen zullen denken dat je er erg veel tijd in hebt gestopt, terwijl je eigenlijk gewoon op een kleine 10 minuutjes tijd op goed geluk wat dingen op een schaal smeet. U hoort het al: er bestaat gewoon geen excuus om vandaag nog een lekkere salade te maken en zo je dagelijkse vitamientjes binnen de smokkelen. Wat dacht je van een frisse perzik-geitenkaas-olijfsalade?

zaterdag 8 augustus 2015

Over moestuinieren, falen, whoopies en zongedroogde blauwe besjes

Oogst.

Voor een keer was er eens oogst, met name blauwe bessen.

Veel blauwe bessen.

Veel zon ook. En warmte en hittegolven enzo.

En dat is dan wat er overschiet van die grote blauwe bessen oogst als je na een tijdje terug uit vakantie bent.

Een hele struik vol verdroogde, blauwe bolletjes.


Eerste reactie: teleurstelling, woede, boos op de zon, de warmte, de bessen. 
Mijn moestuinhistoriek kennende, zou u het moeten begrijpen. Ik ben een van de meest extreme voorbeelden van een mislukte wanne-be moestuinier. Al jaren spit, zaai en plant ik me te pletter op mijn zielig lapje, beschaduwde grond onder de bomen, het enige stukje hof dat mijn papa me wou overlaten om mijn groene zelve op uit te leven. Al mijn inspanningen ten spijt heb ik op wat opgeschoten sla en die ene, door kippen kapot gepikte pompoen van 3 jaar geleden nooit echt veel oogst gehad. Tuinieren en ik, het lijkt- hoe graag ik het ook doe- voorbestemd te floppen. Dat werd nogmaals bevestigd toen alles op mijn lapje grond dit jaar als bij wonder begon te groeien en bloeien dat het gene  naam had. Gigantische boerenkoolplanten, patatten, aardperen, kruiden, zelfs de frambozen-, cassis- en eerder genoemde blauwe  bessenstruik begonnen uit het niets vruchtjes te schieten dat het een lieve lust was. Men zou het ervaring kunnen noemen. Men zou kunnen denken dat ik geleerd heb uit de fouten van vorige jaren en het nu over een totaal andere boeg heb gegooid en deze oogst dankzij mijn kennis en ervaring heb verdiend. Een plausibele redenering, ware het niet dat ik een heel jaar in Gent heb gezeten en geen poot naar mijn lapje grond heb uitgestoken. 

Eindelijk rust, dacht de grond. Zolang ik maar niet in de buurt ben, tiert alles hier weelderig.

Ik was- ondanks het feit dat de oogst blijkbaar aan mijn afwezigheid te danken was-  onbeschrijflijk blij met al dat rijpend lekkers in de tuin en keek tijdens de examens  al uit naar de eerste bessen en frambozen. Terug van vakantie verwachtte ik dus kilo’s oogst en was ik al een hele middag confituur maken aan het plannen.

Kom ik thuis en hangt alles verschrompeld en verdroogd aan de struik, ogenschijnlijk oneetbaar en verloren te wezen…. U begrijpt hopelijk mijn frustratie.

Maar goed, enthousiast als ik ben probeer ik het positief in te zien: zongedroogde blauwe bessen, dat kunt ge zelfs in de biowinkel niet kopen en eigenlijk smaken ze zo slecht nog niet en zien ze er behoorlijk decoratief uit.

Mijn besjes kregen samen met die al even mooie groene pistachenootjes uit Spanje een plaatsje als kransje rond mijn nieuwste creatie: chocolade-woopies met vegan witte chocolade- amandelvulling, afgewerkt met pistache en  blauwe besjes. Klinkt behoorlijk chique, al zeg ik het zelf.

Woopies zijn overigens een soort mini sandwiches, maar dan gemaakt van cakejes. Erg leuk voor een afternoontea-party. Zeker deze, aangezien ze niet alleen verslavend lekker,  maar ook compleet veganproof en gezonder zijn dankzij wat verscholen kokosolie, noten, ijzerrijk caccaopoeder en vezelrijke volkorenbloem. En schattig zijn ze ook wel, toch? 

By the way: voor zij die níet falen bij het kweken van blauwe bessen, of gewoon geen blauwe bessenstruik staan hebben: gebruik gerust veenbessen of andere flashy gedroogde vruchtenstukjes, laat de vruchtjes weg of meng verse blauwe bessen door de witte chocoladevulling. Bij dat laatste raad ik je wel aan de woopies meteen te verorberen.

Chocoladewhooopies met witte chocolade-amandelvulling, blauwe besjes en pistachenoten


Chocoladewhooopies met witte chocolade-amandelvulling, blauwe besjes en pistachenoten


Voor de chocoladecakejes
-          120g cacaopoeder
-          100g kokosolie
-          250g volkorenmeel
-          ½ zakje vanillepuddingpoeder
-          1 mespuntje pure stevia  (ik gebruik stevija reb-a)
-          5 el rijststroop of (niet-vegan) honing
-          Snuifje zout
-          Een scheutje vanille-extract
-          4 el havermelk of andere planaardige melk

Voor de witte chocolade-amandelvulling
-          4 el amandelpoeder
-          2 el havermelk
-          2 grote el zachte kokosolie
-          Vanille-extract
-          Snuifje zout
-          1 el rijststroop of honing of ahornsiroop

Voor de afwerking
-          Pistachenoten
-          Gedroogde blauwe bessen of andere mooie gedroogde vruchtjes


  1. We beginnen met de cakesandwichjes: 
    1. Meng het meel, cacaopoeder, zout en vanillepuddingpoeder door elkaar. Voeg de overige ingrediënten toe en meng opnieuw tot een deeg dat op koekjesdeeg lijkt, kneedbaar is en niet aan je handen blijft kleven. 
    2. Bekleed een bakplaat met bakpapier en vorm walnootgrote bolletjes van het deeg, die je op de bakplaat plat duwt en zo cirkelvormig mogelijk vormt. Je mag de cakejes gerust dicht bij elkaar leggen aangezien ze niet meer zullen uitzetten bij het bakken. 
    3. Bak de cakejes 10 minuten op 180° of tot ze stevig, maar vanbinnen nog een beetje smeuïg zijn. 
    4. Laat volledig afkoelen op een roostertje.
  2. Intussen kan je de de vulling maken. Daarvoor meng je het amandelpoeder met het zout, de stroop en het vanille-extract en de melk. Daarna meng je er met een vork de kokosolie onder tot een botercrème-achtige substantie. Plaatst in de koelkast.
  3. Als de cakejes volledig zijn afgekoeld, kan je de woopies beginnen assembleren. Neem 1 cakeje, besmeer met een royale laag “botercrème” en dek af met een tweede, bij voorkeur ongeveer even groot, cakeje. Rol de woopie dwars door een bordje mer een mix van gebroken pistachenootjes en gedroogde bessen.
  4. Klaar en eten maar!

    Tip  van het huis: Assembleer de whoopies à la minute. Heb je toch nog woopies over, bewaar ze dan in een doos in de koelkast.
     

Chocoladewhooopies met witte chocolade-amandelvulling, blauwe besjes en pistachenoten

Chocoladewhooopies met witte chocolade-amandelvulling, blauwe besjes en pistachenoten





woensdag 29 juli 2015

Tapenade - the healthy way

Tapenade. 

Mijn to-go tip om in geen tijd een spectaculair maal op tafel te toveren. 

Niets is zo simpel, want veel geraffineerder dan een paar welgekozen ingrediënten in een blender gooien, is tapenade maken niet.  Een paar mooie, geroosterde sneetjes brood en wat sla en gegrilde groentjes erbij en het lijkt meteen alsof je dagen aan dit feestmaal hebt voorbereid. Ideaal de alom bekende combi “bezoek” en “weinig tijd”. 

Tapenades hebben net als pesto nogal eens de neiging behoorlijk wat olie op te slokken. Meestal moet ik met pijn in het hart super veel olijfolie bij mijn olijfjes kappen, vooraleer mijn olijventapenade iets of wat smeuïg wil worden. En smeuïg, doch met de nodige olijfstukjes, is net hoe ik mijn tapenade wil. Op die halve liter olijfolie moest dus iets gevonden worden.

Op een goede dag, besloot ik opnieuw voor een tapenade-lunch te gaan. Mijn fles olijfolie al boven halend, viel mijn oog plots op een van de wonderlijkste vruchten die moeder natuur uit haar mouw heeft geschud: de avocado. Mijn anti-halve-liter-olijfolie-in-de-tapenade-held.

Van ongeveer een halve liter, naar 1 eetlepeltje voor de smaak.

Doe het hem maar na, die avocado.

Smeuïge olijventapenade


-          1 ½ kop groene olijven
-          1 el kappertjes
-          1 el olijfolie
-          1/3 avocado of een beetje meer afhankelijk van het soort olijven
-          Zwarte peper

Alles in de blender en mixen maar!
Proef even of de textuur en de kruiding goed zitten. Als je de tapenade liever nog wat smeuïger hebt, voeg je gewoon nog een beetje avocado toe. Let er wel op dat je er niet te veel avocado bij doet, want anders zal je eerder een soort olijven-guacamole bekomen. Ook niet slecht, daar niet van…




tapenade, the healthy way

maandag 27 april 2015

Herkenbaar?

Sommige lesdagen voelen aan als een dag uit expeditie Robinson, maar dan zonder het mooie weer, het parelwitte strand en palmbomen. Honger, vermoeidheid en het gevoel dat je een eeuwigheid vastzit en de tijd voorbij kruip. Om de minuut op je gsm kijken en er bijna zeker van zijn dat de tijd in die specifieke aula vertraagd wordt. Een prof die met monotone stem wat ingewikkelde formules opsomt en berekeningen op het bord zit te krabbelen,  waar je nooit wijs uit geraakt en moest je er dan toch iets van kunnen lezen is de kans  groot dat je er weinig tot niets van snapt. De vermoeidheid neemt toe en je oogleden lijken wel geïmpregneerd met lood.  Hier en daar zie je de eerste slachtoffers reeds vallen: hoofd in de nek, mondje open, oogjes dicht en daarnaast dan een stel vriendjes die óf  dezelfde houding gekopieerd hebben óf foto’s van de persoon in kwestie verspreiden via Facebook, Snapchat en andere virtuele wereldjes, al dan niet opgeleukt met een alcoholstiftsnorretje. Een ware marteling, pure ontbering en de continue strijd tegen het zandmannetje.

Iedereen heeft zo zijn manier om zich in de mate van het mogelijke wakker te proberen houden. Sommigen, meestal de personen op rij één tot vier, zitten vastgekluisterd aan hun blad, leggen elk woord dat de prof uitstoot vast op papier en lijken zo, gekluisterd aan zijn lippen, in een continue stresssituatie te verkeren waarbij de adrenaline hen weghoudt van de gedachte aan een warm, donzig bed. Anderen, meestal zij op de achterste rij, ondernemen zelfs geen poging meer om op te letten en amuseren zich met smartphone, de metro of zelfs een gameboy of rubik’s cube. Verder heb je nog de luidruchtig roddelende meisjes, die af en toe strenge, starende blikken van de gefrustreerde prof toegeworpen worden. En tot slot heb je die studenten die je gewoonweg ziet denken dat het gigantisch nutteloos is om in deze les te zitten, maar dat ze daar nu toch zijn en dan eigenlijk beter zouden opletten, maar dat het echt niet lukt en ze moe zijn en honger en ….. Onder die categorie zou ik mezelf plaatsen. Mijn truc om wakker te blijven is water drinken. Kleine slokjes weliswaar want met mijn miniblaas en soms 3 uur durende lessen zou dergelijke techniek wel eens gênant kunnen eindigen. Als je in het midden van een rij zit en de halve rij midden in de les moet opstaan omdat jij pipi moet doen en de prof dan tot overmaat van ramp vraag wat er scheelt, juffrouw… Dat wens je toch gewoon niemand toe? Een ander eerste hulp bij doodsaaie lessen trucje is knabbelen. Ik kauw hele lessen door op kauwgom, maar soms heb ik ook gewoon zin in echt voedsel, iets vullends dat me, wie weet, zelfs een beetje kan helpen om helderder te denken en op te letten. Voor die momenten heb ik mijn trailmix. 

Trailmix is iets wat ik vond  op Pinterest en heet TRAILmix omdat het zo’n compacte powersnack is, ideaal voor onderweg. Een authentieke trailmix bestaat uit noten, gedroogde vruchten, iets zoets  en iets knapperigs. Gigantisch lekker zo’n trailmix, ik noem het mijn zoete borrelnootjes. Enige  nadeel: calorieën zijn er rijkelijk in vertegenwoordigd. Maar dat hoeft op zich niet zo’n probleem te zijn. Ik heb zo mijn eigen techniekjes om die calorieën een beetje terug te dringen. Eerst en vooral: ik kies voor vruchtjes als cranberries, abrikozen en moerbeien in plaats van voor de klassieke rozijnen, want die bevatten heel wat meer suikers. Daarnaast vervang ik altijd de helft van de noten  door een luchtig, cruchy item. Mijn favoriet is gepofte rijst of gewooon stukjes gebroken rijstkoek. Bovendien beperk ik het zoetje in mijn trailmix tot en paar brokjes donkere (90%) chocolade en houd ik me ver weg van de marshmellows en mnm’s die sommige recepten op Pinterest suggereren. Tot slot verdeel ik mijn mix tijdens het maken meteen in porties van 40g, die ik apart verpak, zodat ik ze ’s ochtends meteen in mijn rugzak kan gooien en ik zo voorkom dat ik meer eet dan goed voor me is.

 Hoe dan ook: de gezonde vetten in de noten, de natuurlijke suikers uit de vruchten en dat geluksstofje uit de chocolade zorgen bij mij meestal voor een boost van energie en concentratie die me de kracht geven om me door de rest van de les te slaan.

Trailmix

Kies 2 items uit de noten, 2 uit de zaden, 2 uit de  vruchten en 1 uit crunchy en zoet.

Noten:
Hazelnoten, amandelen, cashewnoten, pecannoten, amazonianoten ….

Zaden:
Pompoenpitten, zonnebloempitten, lijnzaad, chiazaad …

Gedroogde vruchten:
Cranberries, vijgen, moerbeien, gojibessen, mangostukjes…

Crunchy:
Stukjes rijst- of maiswafel, rice puffs (ongezoet), stukjes volkoren cracker of knäckebröd, ongezoete granolaclusters …

Zoet:
Cacaonibs, stukjes donkere chocolade (minstens 70%), gedroogde kokosreepjes, banaanchips, dadels …

Tip1: ga eens langs bij een natuurwinkel, biowinkel of speciaalzaak voor noten en gedroogde vruchten.

Tip2: Ook lekker als snel ontbijt met wat yoghurt. 


vrijdag 17 april 2015

Vrolijk voedsel: naicecream

Sun is shining baby!

Die goeie ouwe lente, net toen het leek alsof ons landje nooit uit zijn winterdepressie zou geraken was hij daar. Net op tijd.

Aan het begin van elk seizoen zeg ik “Dit is nu echt mijn favoriete seizoen!”. Ik hou gewoon van variatie en vind elk seizoen wel iets hebben: zwemmen in zee in de zomer, boswandelingen in de herfst en avonden voor het haardvuur in de winter. Ik hou ook van clichés, ziet u.

Maar met de lente is het toch dat tikje anders. Er is geen enkel seizoen dat me plots zoveel energie en vreugde kan geven. Niet moeilijk ook, want wie wordt er nu niet blij van die plotse helder schijnende zon, blaadjes aan de bomen en lammetjes in de wei. Lente roept in mij ook al tijd een sterke drang naar actie op. De zon moet maar beginnen schijnen of ik sta al in de Aveve potgrond en zaadjes te kopen (Balkonmoestuin, here I come!). Ik moet maar een paardenbloem zien bloeien of ik verlang al naar een namiddag idyllisch wandelen door weides met een picknickmand aan de arm en een vers geplukt boeket bloemen. De thermometer moet zich maar even boven de 12 graden schieten of ik  plan al buiten te eten (en doe dat dan ook… met 3 truien, een dekentje en dikke wollen sokken). 

Al die heerlijke lentedingen. Voor mij en velen overschaduwd door een met tranende ogen, een kriebelende keel en een  gekluisterd zijn aan de zakdoekendoos, maar kom: die pollen horen er nu eenmaal bij en dat heeft allemaal ook zo zijn charmes( Niet echt, maar zon maakt een mens ook een pak positiever heb ik het gevoel).

Nog zo’n direct gevolg van zonneschijn is de drang naar fris, vrolijk voedsel. U weet wel: slaatjes enzo. En niet te vergeten: ijs.

1 probleem. Allé, neen. 2 eigenlijk.
  1.      Tijdens de les dierkunde wist de assistente ons te vertellen dat er vis in ijs zit. De fabrikanten zouden stoffen uit vis gebruiken om te voorkomen dat het ijs begint te kristalliseren en vervatten deze stofjes onder “natuurlijke smaakstoffen” Lekker … :/  Dus bij het zien van een pot vanille-ijs moet ik nu steeds aan rauwe vis denken. (behoorlijk efficiënte mind-set om die ijsverslaving een beetje onder controle te houden met het bikiniseizoen in het vooruitzicht.)
  2.      Zelf ijs maken is geen optie, want m’n ijsmachine is om technische redenen even buiten spel. 

Maar lente zonder ijs. No way! Bikini’s, vissen, ijsmachines of niet. Er moet en zal ijs gegeten worden.

 En daar komt mijn all-round vriend de banaan weer spelen. Want hoewel op Instagram niemand nog iets anders lijkt te eten, is naicecream/ banaanijs bij ons precies nog niet helemaal gekend. Volledig onterecht en moest ik Jeroen Meus zijn, zou heel Vlaanderen zich binnen de kortste keren ook in het banaanijs schieten. Helaas reikt mijn doelpubliek niet dermate ver, dus zie dit als een klein, kostbaar geheimpje tussen jou en mij.

Het principe is even geniaal als simpel: mix ingevroren bananen en je krijgt een zalig, romig ijs. Zonder vis, zonder toegevoegde suikers, zonder vet, zonder bewaarmiddelen, smaakstoffen of wat dan ook. Banaan en niets dan banaan.  Manmanman, dat ik daar nooit helemaal zelf ben opgekomen...

Nu ken ik veel mensen die iets hebben tegen banaan, die gewoon niet houden van de smaak. Wel, vreest niet gij allen! Voor alles is er een oplossing: probeer een van de onderstaande variaties, want door toevoeging van bijvoorbeeld besjes of chocolade, maskeer je de banaansmaak en houd je enkel nog zijn romige textuur over.

Voila, laat die zon maar schijnen, ik ben er helemaal klaar voor!

Naicecream a.k.a banaanijs

  • -          Banaan, in stukjes gesneden en ingevroren
  • -          Plantaardige melk of gewoon water

Doe de banaan samen met een scheutje van de melk of het water in een kleine keukenrobot of blender en mix. Je zal af en toe moeten stoppen om er met een lepel wat in te roeren zodat de mixer weer wat stukjes banaan binnen zijn bereik heeft. Indien nodig voeg je nog een beetje melk toe (niet te veel of je krijgt een milkshake, ook lekker, maar niet onze intentie). Toegegeven, dit vraagt enig geduld, maar eens het ijs vertrokken is wordt het in 1 2 3 heerlijk romig.

Mix wanneer je denkt dat het goed is nog een 15tal secondes door. Ja zal zien dat het ijs dan extra licht en luchtig wordt.

Schep in een kommetje en lepelen maar!


Variaties op het thema

Chococolate

Voeg van bij het begin naar smaak cacaopoeder toe en zoet eventueel met een lepeltje rijststroop, ahornsiroop of honing.  Lekker met wat extra stukjes chocolade of wat geraspte kokosnoot.

Berrylicious

Start met een bodempje water en 1 verse, niet-diepgevroren banaan. Mix deze tot een slijmerig papje. Voeg dan een paar handen diepgevroren bosvruchten toe en mix opnieuw. Zoals bij het klassieke banaanijs vraagt dit wat gemeng en gemix en opnieuw gemeng en weer gemix. Geduld is het geheim.

Orangade

Vervang de melk in het klassiek recept door appelsiensap.

The nutty one

U raadt het al: notenboter. Hier geldt: overdaad schaadt. Een subtiele lepel pindakaas of amandelboter is genoeg voor het meest romige, hemelse ijs dat je je kan inbeelden. Afwerken met wat gekaramelliseerde amandelschilfers voor de luxe-editie.

Perzikje (kennen jullie dat schattige mammoetje uit Ice Age? )

Mix in het klassiek recept eerst de melk met 1 perzik of nectarine. Voeg dan de bevroren banaanstukjes toe en vervolg het recept. Kan ook met een handvol aardbeien in plaats van perzik.


Conclusie: eigenlijk werkt zo goed als alles. Je kan ook alle soorten fruit invriezen en mixen tot een sorbet zoals je dat met de banaan zou doen. Experimenteer er op los! 

dinsdag 17 februari 2015

Pataat bataat!

Als er 1 ding is dat ik geleerd heb uit het televisieprogramma “Mijn restaurant” dan is het wel dat less more is (en ook dat je best niet aan dergelijke televisieprogramma’s meedoet, aangezien het noch winnaars, noch verliezers van dit programma na afloop goed vergaan is). Wie 'Mijn restaurant' gezien heeft, zal zich ook nog wel herinneren dat dit dé oneliner was van Peter Goossens wanneer hij voor de zoveelste keer de gerechten van de deelnemers bekritiseerde. Niet slecht bedoeld, want Peter had gelijk. Eenvoudige dingen smaken vaak nog het best.

Tomaat, mozzarella, basilicum en wat olijfolie.
Een frisse schijf watermeloen putje zomer.
Appel met amandelboter.
Aardbeien met chocolade.
Gebakken champignons met zeezout.
Lekker brood met avocado en zwarte peper.

…

Ik kan zo nog een tijdje doorgaan, maar ik denk dat je mijn punt wel al vat. Vaak heb je aan een paar zorgvuldig gekozen producten genoeg om een waanzinnig lekker gerecht te maken. 

Mijn meest recente less is more ontdekking is zoete aardappel (alias de bataat) uit de microgolfoven. Dat u niet meteen het water in de mond krijgt, lijkt me aannemelijk, maar dat wil dan alleen maar zeggen dat u nog niet op de hoogte bent van dit culinair mirakel (dergelijke terminologie is hier op z’n plaats). Na zijn verblijfje in de microgolfoven, garandeer ik u het toppunt van lichtzoete, gekaramelliseerde, romige smeuiigheid. Die hards (en alle anderen die het eenmaal geprobeerd hebben) eten de aardappel met krot en mot (lees: mét schil) op, want die schil is naar mijn bescheiden mening het beste deel van deze oranje kanjer.


Ik eet hem  als ontbijt, middagmaal of avondeten (of een willekeurig moment daartussenin). Liefst met een flinke lepel amandelboter (als ontbijt) of wat postelein erbij (als lunch). Zero werk, maar hemels en bovendien nog gezond ook. Zoete aardapppels zitten tsjokvol vitamine A, C en B6, calcium, foliumzuur en kalium. Een soort multi-vitamientje van Moeder Natuur zeg maar. Daarbij bevat dit patatje ook nog eens veel vezels en complexe koolhydraten, die zorgen voor een lang verzadigd gevoel. Verder beweert men ook dat deze oranje snoepers je zouden kunnen helpen met afvallen (iets met adiponectine en lectine, maar voor meer nutritionele info daaromtrent raad ik je aan zelf wat te googlen, want hier laat ook mijn nutritionele kennis het afweten).

Ik onthoud: gigantisch lekker, geen werk en fijn voor de lijn. 

U onthoudt: meebrengen uit de Colruyt/ Bio-Planet/ Delhaise/ … : ZOETE AARDAPPELS.

Zoete Aardappel





-          1 zoete aardappel/ bataat
-          1 microfolfoven

  1. Was de bataat zorgvuldig en prik er met de punt van een mes gaatjes in. Dat mogen er best veel zijn, dus reageer u gerust af en prik alle stress van de afgelopen dag weg (vermijd hierbij het doorzeven van uw eigen vingers of die van omstaanders).  Erg therapeutisch ook, dit recept.
  2. Wanneer u gedestresseerd (is dit een woord? )  bent en uw aardappel netjes doorprikt is, plaats u hem op een bordje, wandelt u naar de microgolf, stelt u iets tussen de 8 en de 11 minuten in, neemt u de krant of een ander literair werk naar keuze en wacht geduldig tot het mirakel voltrokken is.
  3. Neem uw bord (bij voorkeur met een ovenwand, tenzij u vuurvaste handen of een tube Flamigel binnen handbereik heeft) uit de microgolfoven, snijd de aardappel in de lengte open, neem een lepeltje, plof met bord en al in de zetel en aanschouw de wonderen der eenvoud.
    Less is so much more ...
  4. Herhaal voorgaande stappen naar believen.

Tip: lekker met een lepeltje amandelboter, kaneel, tahin, wat postelein of een simpel klontje boter en wat zout.



*Gaartijd is afhankelijk van hoe u uw aardappel wilt, maar ik raad u aan hier mee te experimenteren. Ik ga bijna altijd voor de volle 10 minuten, omdat ik dan zeker ben dat de aardappel lekker gaar en gekaramelliseerd is.