Posts tonen met het label salade. Alle posts tonen
Posts tonen met het label salade. Alle posts tonen

zaterdag 20 februari 2016

Potjessalade

Het was een idee van mijn vriend. Eigenlijk was het een idee van weet ik veel wie. Een mens die op een goeie dag dacht “laat ik mijn sla in laagjes in een glazen pot schikken en dan kan ik die zo overal meenemen zo. Eureka!”

 Er bestaan nog verlichte zielen op deze planeet.

Wiens idee het ook was, het was niet het mijne en dat blijft een beetje pikken.

U moet immers weten dat glazen potten hetzelfde effect op me hebben dan K3-brooddozen op 4-jaar oude meisjes; stop er eender wat ik en ik zal het wel leuk of lekker vinden.

Wanneer het bokalen betreft, vertoont mijn gedrag veel gelijkenissen met dat van de gemiddelde 70-jarige bomma. Ik kan het niet over mijn hart krijgen ze in de glasbak te gooien. Ik houd elke pot bij, in de gedachte dat hij me ooit nog wel eens zal kunnen dienen. Ik kan bijna meedoen in zo'n "Extreme verzamelwoede"-programma op Vijf tv. 

Ooit gooide papa tijdens een grote zolderschoonmaak - hoewel ik betwijfel of het gewoon geen indirecte aanval tegen mijn verzameling betrof- mijn hele bokalencollectie bij het glas. “Dat staat hier al drie jaar en ge hebt die met moeite al twee keer gebezigd”. Intriest wist ik dat hij ongelijk had mijn glazen schat zo grofweg buiten te gooien.        

Die zomer droeg onze merbelanenboom meer zoetgele vruchtjes dan wij samen met de rest van mijn kleine familie en onze buren ooit zouden kunnen opeten. Confituur maken, leek de enige manier om alles te verwerken. Maar geen confituur zonder glazen bokalen om hem in te bewaren natuurlijk.

“Ja papa, mijn bokalen die ge allemaal hebt weggesmeten, die zouden nu wel van pas komen, niet? ". Papa lachte groen.

Die dag ging ik –bokalenkoningin van de streek- lege confituurpotten schransen bij de buren en mijn oma. De vernedering.

Hoewel papa sindsdien iets meer respect voor mijn glazen potpassie heeft, bedenk ik hem ervan stiekem nog steeds te snoeien in mijn verzameling. Het kan me minder schelen, want intussen bouwde ik op kot toch al een backup-collectie uit. Mij gaan ze niet meer liggen hebben.

Mijn bokaalliefde ten spijt, was ik er dus nooit opgekomen een slaatje in laagjes in een pot te stoppen. Eén van de meest fancy lunches die een mens mee kan nemen naar school of het werk. Geheel instagramwaardig en perfect om elke mens in uw omgeving teleurgesteld te laten zijn in zijn bokes met kaas.

In mijn hoofd spookte wel de vraag hoe men dat nu eet-technisch dient aan te pakken?  Die laagjes dat is allemaal wel schoon enzo, maar ik eet toch liever alles wat door elkaar in plaats van eerst een laagje sla, gevolgd door wat tomaatjes, een laagje komkommer, afsluitend met een bodempje dressing... Internetresearch wees uit dat het bokaalconcept meer iets voor de show is en dat je je slaatje nadien gewoon zonder enige vorm van élégance op een bord moet kappen. Blijft mij een beetje de vraag of dat dan wel allemaal zo praktisch is en of je dan niet beter gewoon je slaatje in een Tuperwarepotje meeneemt.

Maar goed, het is salade en het zit in een bokaal en dus zal u me niet horen klagen. Het oog wil nu soms eenmaal ook wat.



Salad in a jar

Voor 1 persoon met honger





  • 2 handenvol boerenkool
  • 1 handvol cranberries, liefst vers, gedroogd kan ook
  • 1/2 tl honing
  • 1 kop pompoenblokjes, uit de diepvries 
  • 1 handvol kikkererwten
  • Een restje gekookte rijst of quinoa, optioneel
  • Cayennepeper
  • olijfolie
  • Peper en zout
  • 1/2 avocado, in blokjes
  • 2 el pompoenpitten of andere pitten naar keuze
Voor de dressing
  • 1/2 tl mosterd
  • 1/4 avocado, gepureerd
  • 1/2 tl honing
  • 1 tl appelazijn
  • een scheutje water

  1. Haal de harde stengels van de boerenkool en snijd de kool in kleine stukjes. Doe de kool in een kleine mengkom en masseer ze ongeveer een minuutje met wat peper, zout en 1 el olijfolie. Het zal misschien wat onwennig aanvoelen daar zo sensueel die groene boerenkoolblaadjes te staan masseren, maar een korte massage zal die taaie groene blaadjes transformeren in gezonde, zachte smaakbommetjes, dus smijt al die gêne aan kant en masseer erop los!
  2. Spreid de kikkererwten uit over een bakplaat en druppel er wat olijfolie over. Kruid met flink wat peper, zout en een snuif cayennepeper. Schuif de bakplaat in onder de grill. Binnen zo'n 15 minuutjes, haal je knapperige kruidige kikkererwten uit.
  3. Als je verse cranberry's gebruikt, hussel je deze kort met een wat honing door elkaar en laat je ze 2 minuutjes garen in de microgolf. Gebruik je gedroogde cranberry's, dan kan je meteen naar de volgende stap.
  4. Verdeel de pompoenblokjes op een bordje en gaar ze in een viertal minuutjes in de microgolfoven. Kruid met peper en zout.
  5. En nu begint het leuke stuk:
    Neem je favoriete masonjar (het mag best een grote zijn). Meng alle ingrediënten voor de dressing door elkaar in de pot. Daarop komt nu een laagje kool, gevolgd door de pompoenblokjes. Weer een laagje kool, een laagje kikkererwten en een laagje avocadoblokjes. Aftoppen doe je met eventueel nog een laagje kool, de cranberry's en wat pompoenpitten. Je kan altijd voor nóg meer laagjes gaan, maar mijn geduld gaf het hier op.
  6. Sluit de pot en ga ermee op stap, want dat is tenslotte wat je met zo'n coole lunchbox hoort te doen. 








zondag 23 augustus 2015

Fast-Food: perzik-geitenkaas-olijf-salade

Salade is eigenlijk fast-food, maar dan gezonder. Ik ben er redelijk verslaafd aan: doodsimpel, je kan er alles in kwijt wat je maar wil en het is vooral ongelofelijk lekker.
 

Een ander leuk pluspuntje aan salades is dat ze er vaak ontzettend lekker uitzien en mensen zullen denken dat je er erg veel tijd in hebt gestopt, terwijl je eigenlijk gewoon op een kleine 10 minuutjes tijd op goed geluk wat dingen op een schaal smeet. U hoort het al: er bestaat gewoon geen excuus om vandaag nog een lekkere salade te maken en zo je dagelijkse vitamientjes binnen de smokkelen. Wat dacht je van een frisse perzik-geitenkaas-olijfsalade?

maandag 13 juli 2015

La Vie en Vert goes Spanish: tapas por favor!

We kunnen verdorie toch nog wat leren van die Spanjaarden als het om eten en alles daarrond gaat.

 Ik heb mijn hart niet enkel verloren aan het pure van hun keuken, maar ook- en vooral- aan hun manier van eten.

Als je ooit eens in Spanje bent, moet je zo rond een uur of tien ’s avonds eens door het centrum gaan stappen. Dan is het etenstijd (olé voor het Spaanse ritme) en vind je iedereen buiten in de buurt van de soms ietwat groezelig uitziende bodegas aan tafeltjes vol bordjes met allerlei lekkers, genietend van het sociale gebeuren dat eten hier is. 

Gezelligheid troef.


bron: http://hotelelcoloquio.es/?page_id=1071
Bodegawie?
Een bodega is een typisch Spaans cafeetje, waar Spanjaarden voor ze gaan eten iets komen drinken en terwijl genieten van wat tapas, meestal kleine hapjes die gratis worden aangeboden. Gratis, want tapas waren oorspronkelijk gewoon een stukje brood dat men bovenop de glazen van de klanten zette om te vermijden dat er vliegen in hun drankje terecht zouden komen. Op een goeie dag kwam iemand op het geniale idee iets óp die broodjes te leggen. Tapas waren geboren. (Wat met de vliegen op het eten denk ik dan… Ach laat ons gewoon dankbaar zijn voor het gratis hapje.) 

Tegenwoordig kan je in de meeste bodega’s een heel aanbod aan tapas bestellen, waardoor je van je tapas een volwaardige maaltijd kan maken. En goed nieuws: meestal staan er (puur toevallig, want Spanjaarden zien vegetariërs nog steeds als een vreemde diersoort..) ook behoorlijk wat vegetarische tapa's op de kaart: tortilla, setas al ajo, pan con tomate, gazpacho, ajoblanco, berenchenas con miel, ensalada tropical en meer van dat lekkers waarvoor ik u google of een pocketwoordenboekje aanraad. 

Wat bodega’s betreft, geldt: hoe groezeliger, hoe beter. Ga niet af op hoe hip de bar eruitziet (goeie bodega’s zien er zelden hip uit), maar kijk waar de echte Spanjaarden heen gaan. In regel zit je steeds goed als aan de toog nagenoeg vol zit met echte Spaanse bompa’s en er natuurlijk verder ook nog een gezonde mix van ander Spaans volk binnen zit. Dat zijn meestal de bars waar je voor geen geld heerlijk van kwaliteitsvolle tapas kan genieten.    
       
Voor iemand met zo’n keuzeangst als ik is het zalig dat je hier meerdere kleine gerechtjes  kan bestellen en die dan gewoon deelt met je tafelgenoten. Uit eten gaan wordt een pak gemoedelijker als je samen al die nieuwe smaken kan ontdekken.
Bovendien kom je hier ook niet in situaties terecht waarbij je vraagt aan de ander of het lekker is, die dan “ja” zegt en jij dan licht treurig bent omdat je dat zelf niet gekozen hebt én omdat de ander niet eens voorstelt of je wil proeven. Altijd een enorme teleurstelling... Of ben ik de enige die daar zo over denkt?
 

Berenchenas con miel de caña

Geïnspireerd door de tapa die ik 3 jaar geleden voor het eerst at in Malaga. Ik maakte hem wat gezonder door de aubergines te bakken in de oven in plaats van ze te frituren en ze te paneren in een  notenlaagje voor extra proteïnen. Miel de caña is Spaans voor melassestroop, die je vindt in de biowinkel. Als je niet aan melassestroop raakt of je niet houdt van de smaak, want melasse heeft een lichte droptoets, kan je ook honing gebruiken. 

Laat je niet afschrikken door de ietwat vreemde combinatie, dat zou je je beklagen, neem het van mij aan.

aubergines met honing

-          1 aubergine
-          5 el amandelmeel  of 2 handen vol amandelen in de blender tot kruimels gemixt
-          3 el paneelmeel
-         1 kopje bloem
-          water
-          Een flinke snuif zout
-         Miel de caña (=melassestroop) of honing naar smaak
-        Grof zeezout

  1. Snijd de aubergine in dikke schijven en snijd die schijfen in dikke frietjes.  Verdeel de balkjes over een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 20 minuten in de oven op de 230°C tot ze stevig, maar toch al een beetje gaar zijn.
  2. Intussen bereid je alles voor het paneerlaagje. Meng de bloem met net zoveel water tot je een stevig, vloeibaar beslagje krijgt, dat de consistentie van pannenkoekenbeslag heeft. Voeg een flinke snuf zout toe.  Meng het paneermeel met het amandelpoeder in een diep bord.
  3. Haal de aubergines uit de oven en dep ze als ze erg vochtig zijn droog met wat keukenpapier. Bekleed de bakplaat eventueel met een nieuwe laag bakpapier.
  4. Nu kan je gaan paneren: haal elk auberginebalkje eerst door het water-bloemmengsel (een dun laagje volstaat)  en vervolgens door het paneer-amandelmeel. Leg de balkjes los van elkaar op de bakplaat.
  5. Bak de gepaneerde balkjes 10 minuten op 230°C. Draai ze daarna om en bak nog eens 10 minuten. De bektijden hangen af van je oven, dus ga af op je gevoel. Je wil krokante auberginefrietjes.
  6. Serveren! Sprenkel er flink wat zeezout en wat honing of melassestroop over en geef er citroenpartjes bij, zo kan iedereen zijn frietje naar believen voorzien van wat citroensap, een must. 
aubergines met honing



dinsdag 2 september 2014

De venkel en rijst challenge

Soms zijn vaders net kleine kindjes. Horen ze dat er ergens linzen, rijst of komijn in zit en hebben ze “plots” geen honger meer, om dan nadien met zielige oogjes te vragen of er dessert is. Vaders… 


Meestal houd ik rekening met de grillen van mijn papa, maar soms dwingt de frigo mij tot het maken van onpopulaire gerechten en is het met spanning afwachten hoe hij erop zal reageren. De ene keer gaat hij met honger naar bed, de andere keer eindigt de avond in de frituur. Mannen…


De dag dat ik enkel nog rijst in onze kast en venkelknollen in de koelkast vond, leken er op voorhand al geen mooie complimentjes over wat ik later uit de keuken zou toveren op mij te zullen wachten. De heer des huizes heeft een hekel aan venkel en een verborgen fobie voor rijst. Even twijfelde ik er, omwille van de noodzakelijke proteïnen, nog wat linzen bij te flansen, maar dat idee liet ik wijselijk varen. Van linzen wordt hij nagenoeg hysterisch.
Twee keer raden wat ik klaarmaak als we eens een klein ruzietje gehad hebben. Een wijs man zei ooit: “ Wie slim is, houde de kok te vriend”. Dat heeft hij intussen ook wel al door. Maar we komen anders goed overeen hoor, papa en ik ;) 


Uitdaging was dus om rijst en venkel om te toveren tot iets wat voor mijn vader  als “eetbaar” (we moeten realistisch blijven) beschreven zou kunnen worden. 


Het brokje geitenkaas achterin de ijskast bracht redding en door de venkel lekker lang te laten bruinen in de oven onderging hij een complete make over waardoor hij zelfs door papa in zekere zin gesmaakt werd. Hij schepte zelfs twee keer op! Dat kan natuurlijk ook liggen aan het feit dat hij al de hele dag in de tuin had gewerkt en op het randje van uitgehongerd was, maar laat ons dat even negeren. 


En ach, papa is nu ook eenmaal geen referentie als het op lekkere venkel-/rijstgerechten aankomt. Neem het dus van mij aan: wie venkel en rijst lust, zal dol zijn op deze salade. 


En de rest moet maar eten wat de pot schaft.
Zo is dat.  

Venkel-rijstsalade 





                - 1 mok camareguerijst (rode rijst), volkoren rijst
                   of een andere rijstsoort    naar keuze          
                -  3 venkelknollen
                - peper, zout, olijfolie
                - 3 handenvol veldsla, gewassen en gekuist
                - 1 handvol ontpitte, in stukken gesneden verse pruimen
                  (ik gebruikte mirabellen uit onze tuin)*
                - sap van 1 sinaasappel
                - 3 el wijnazijn
                - 150g verse geitenkaas
                 - 1 handvol geroosterde hazelnoten


  1. Kook de rijst gaar volgens de instructies op de verpakking. Laat de rijst afkoelen.
  2. Snijd de venkelknollen in dunne plakjes en hussel ze op een met bakpapier beklede bakplaat door elkaar met olijfolie, peper en zout. Bak de plakjes gedurende 30 minuten op 180°C, tot ze mooi bruin en licht gekarameliseerd zijn.
  3. Meng de rijst, veldsla, pruimenstukjes en gekarameliseerde venkelplakjes door elkaar en schep ze in een grote schaal.
  4. Maak een dressing met het sinaasappelsap, de azijn en wat peper en zout. Giet de dressing over de salade.
  5. Verbrokkel de geitenkaas over de sla en garneer met wat grofgehakte geroosterde noten.

* Als het pruimenseizoen voorbij is, kan je de pruimen gerust vervangen door ander fruit naar keuze: appels, druiven,  peren …


zaterdag 3 mei 2014

Vegan Singapore noedelsalade



Singapore noedels.
Ik weet niet of het u bekend in de oren klinkt? Mij zei het, tot ik gisterenavond het recept in een of ander tijdschrift vond, alleszins bitter weinig. Blijkbaar is het een soort noedelsalade/ wok met garnalen, varkensvlees en daar dan (waarom ook niet) nog wat kip bij. Dit alles mooi gewokt met wat groentjes en noedels erbij et voilà: Singapore noedels are ready to be served!
 
Drie soorten vlees/vis in 1 gerecht, ik dacht dat mijn vegetarisch hart het zou begeven… Maar ik had nu wel ongelofelijk veel zin in noedels en/of wok. De Singapore noedels werden dus aan een drastische vegan make-over onderworpen.
Resultaat: mijn enige echte, 100% vegan  Singapore-noedelsalade-recept. De link met het origineel is wellicht ver te zoeken ( het zijn noedels, einde link) maar het is vast en zeker véél lekkerder (niet dat ik ooit al Singapore noedels gegeten heb ;) ) en ongetwijfeld stukken meer verantwoord ten opzichte van de beestjes, het milieu en je eigen lichaam. Want geef nu toe: wie heeft er nu kip, garnalen en varkensvlees nodig als er ook zoiets bestaat als sojabrokjes ;)
Oké, dat laatste zal, indien u een doorwinterde vleeseter bent of u gewoon niet al te veel ervaring hebt met de vegetarische keuken, waarschijnlijk net de doorslag geven om dit recept niet te proberen en nu door te klikken naar een andere site, maar lees toch nog maar even verder, misschien kan ik je nog overtuigen... 

Sojabrokjes dus.
Ik kan me gerust voorstellen dat je bij het horen van de naam alleen al iets voor ogen krijgt dat je herinnert aan de Pedigree/ Whiskas waarmee je elke ochtend de voerbak van hond/kat-lief vult, maar ach, die brokjes hebben hun eigen naam ook niet zelf kunnen kiezen weet u. Dus vertrouw me: koop eens een zakje van deze gedroogde stukjes soja en er zal een wereld voor je open gaan. Spotgoedkoop, lekker (indien je weet hoe je ermee om moet gaan, maar dat probleem is dankzij onderstaand recept al volledig van de baan) en ontzettend veelzijdig. De brokjes op zich hebben een tamelijk neutrale smaak. Ze ruiken naar mijn  bescheiden mening wel wat naar visvoer, maar daar ruik/ smaak je niets meer van eens je ze verwerkt hebt, beloofd. Laat ze echter een half uurtje wellen in een lekkere vloeistof (bouillon, marinade, tomatensaus...) en ze zullen zich letterlijk volzuigen met smaak. Daarna kan je er burgers van vormen, de brokjes gebruiken als gehakt in spaghettisaus, toevoegen aan een stoofpotje of verwerken in een lekkere wok. 
Voor mijn Singapore noedels namen de sojabrokjes eerst even een badje in een bouillon met look, sojasaus en kippenkruiden en werden ze nadien lekker aangewokt om vervolgens te rusten op een bedje van noedels en groentjes, onder een dekentje van een frisse,  pittige dressing … (altijd als eens in termen van bedjes en dekentjes willen spreken als het over eten gaat :)

Ondanks mijn enthousiasme toch nog niet volledig overtuigd wat sojabrokjes betreft, dan bestaat er nog steeds zoiets als quorn- of sojagehakt.
Maar houd dan wel deze allombekende, eeuwenoude vegetarische wijsheid in het achterhoofd: 

“ If you’ve never tried sojabrokskes, you’ve never lived. “

Of zo toch ongeveer ;)

Vegan Singapore noedelsalade

Voor de noedelsalade
- 200g noedels,  ik gebruikte bruine rijstnoedels, maar het werkt met elke soort noedels
 - 1 komkommer, in blokjes
- 1 rode paprika, in kleine blokjes
- 4 lente-uitjes, in fijne ringetjes
- 400g gestoomde broccoliroosjes
-  eventueel: 1 rood pepertje (van zaadjes ontdaan),  in fijne ringen
- 2 handenvol pinda’s, geroosterd in een droge koekenpan
- ½  bosje verse koriander of basilicum

Voor de sojabrokjes
- 1 kop fijne sojabrokjes of 1 bakje quorngehakt
- 2 el sojasaus
- 1 el kippenkruiden
- 2 el paprikapoeder
- 3 teentjes look, geperst
- 1 rode ui, fijngesnipperd
- 1 rode paprika, in kleine blokjes

Voor de dressing
-  3 el sojasaus
- 2 el chilisaus
- 1 el sesamolie
- 2 el rijstazijn
- sap van 2 limoenen
- stuk gember van ongeveer 3 cm, geraspt
- 1 rode ui, fijngesnipperd
- 1 rood chilipepertje, fijngehakt, mét zaadjes


  1. Doe de sojabrokjes samen met 2 koppen kokend water, de sojasaus, kippenkruiden, paprikapoeder en geperste look in een grote kom en laat 30 minuten rusten tot de brokjes het grootste deel van de vloeistof hebben opgenomen.
  2. Maak intussen de dressing door alle ingrediënten ( inclusief de fijngesneden ui en het pepertje) stevig door mekaar te mengen.
  3. Zet een (wok)pan op het vuur en stoof 1 rode ui aan samen met 1 in stukjes gesneden paprika zo’n 5 minuten aan. Voeg de sojabrokjes (met weekvocht) toe en laat alles nog eens 5 minuten aanstoven tot het grootste deel van het vocht verdampt is.
  4. Kook de noedels volgens de instructies op de verpakking, doe ze in een mooie serveerkom en meng er de komkommerblokjes, paprikastukjes, broccoliroosjes en het pepertje door.
  5. Voeg de gebakken sojabrokjes toe aan de noedels, giet er de dressing over en schep alles nog eens om.
  6. Werk af met de geroosterde pinda’s en wat gehakte basilicum of koriander.Serveer met eetstokjes,  dat zorgt altijd voor wat extra entertainment aan tafel :) 
 

zondag 26 januari 2014

Feel-good food: San-Franquinoasalade



Al weken lang heeft men het in het weerbericht over “te hoge temperaturen voor de tijd van het jaar”. Wel, volgens mij is de winter nu toch stilletjes aan klaar om los te barsten. Natuurlijk niet die idyllische winter van in de films met zo’n dik, donzig wit sneeuwtapijt, helder blauwe hemel en kindjes die buiten sleeën en sneeuwmannen bouwen. Neeneen, ik heb het over de echte, Belgische winter: regen die tegen de ramen kletst, huilende wind en gevoelig koudere temperaturen dan we tot nu toe gewoon waren. Van zo'n weer wordt volgens mij echt niemand blij. Ik probeer mezelf bij dit huilweer altijd op te beuren met goeie muziek, een flinke dosis yoga/ pilates en natuurlijk lekker en gezond eten.
Ideaal anti-winterblues-eten is deze San-Franquinoasalade. Dit is zo’n feel-good-gerecht dat bij ons thuis minstens om de twee weken op tafel staat (goed of slecht weer).  Niet al te veel werk, maar zo ongelofelijk lekker. Het krokante en kruidige van de tofublokjes, het lichtzure van de groene  salsa, het frisfruitige van de kiwi (klinkt raar, maar ’t is echt lekker
-->minder avontuurlijke mensen kunnen ook mango gebruiken) , het zoute van de feta en last but not least het romige van de avocadoblokjes. Daarbij ook bomvol vitamientjes,antioxidanten, eiwitten en ander goeds.
U denkt nu waarschijnlijk dat ik alles hier dik aan het overdrijven ben, dat u morgen wel gewoon spaghetti zal eten en u helemaal geen nood heeft aan zo’n San-Franquinoasalade ("de naam alleen al, pff"). En ja, wie ben ik om u te verplichten deze salade eens te maken, maar geloof mij: San-franquinoa salade will change your life!
Neen, da’s overdreven. Hoewel …

San-Franquinoasalade
gebaseerd op een recept van Jamie Oliver

Groene salsa


-          2 handenvol verse spinazie

-          1 el groene tabasco of 1 groen pepertje

-          4 lente-uitjes

-          1 handvol peterselie

-          Sap van ½ limoen

Krokante tofublokjes


-          200g tofu, geperst en in blokjes gesneden

-          Marinade van sojasaus, chilisaus, een scheutje teriyakisaus en ciderazijn (een flinke scheut van elk)

-          Kleeflaagje: 3 el bloem + enkele lepels van de marinade

-          Paneerlaagje: 1 handvol panko, snuf cayennepeper, 1 el pimenton, 2 el paprikapoeder

Salade


-          1 ½ kop quinoa, gekookt met flink wat kurkuma en zwarte peper

-          2 handenvol verse spinazie

-          3 rode paprika’s, in grove stukken en gegrild

-          1 avocado, in blokjes

-          75g fetablokjes

-          2 kiwi’s of 1 mango in blokjes

-          Enkele lepels magere yoghurt





1.    Meng alle ingrediënten voor de marinade. Marineer de tofu enkele uren op voorhand.

2. Haal de tofu uit de marinade en dep hem droog met wat keukenpapier. Meng de ingrediënten voor het plamuurlaagje en in een ander kommetje de ingrediënten voor het paneerlaagje.

3.  Haal de tofublokjes eerst door het kleeflaagje en wentel ze vervolgens door het paneerlaagje. Leg ze op de crispplaat van de oven en bak ze in 12 -15 minuten lekker knapperig.

4.        Mix alle ingrediënten voor de salsa in de blender.

5.        Meng in een grote, mooie schaal de salsa door de quinoa en hussel er de spinazie, paprikablokjes, avocado- en kiwistukjes door.

6.      Schik de tofublokjes op de salade, kruimel er de feta over en druppel er desgewenst wat yoghurt over.