Posts tonen met het label lifestyle. Alle posts tonen
Posts tonen met het label lifestyle. Alle posts tonen

donderdag 19 november 2015

Het menu van morgen



"Waarom?"



Als vegetariër krijg je maar wat vaak deze vraag voorgeschoteld. Soms uit interesse, soms om eender welk antwoord je er ook op zal geven compleet de grond in te boren. Als je zegt dat je het voor de dieren doet, vinden ze je melig en zwak. Doe je het voor je eigen gezondheid, komt het "Gezond?! Zonder vlees ofwa? Yeah right!" naar boven. Zeg je dat je het doet voor de medemens, om hongersnood tegen te gaan vinden ze het onzin en ben je vegetariër om het milieu te sparen, noemen ze je naïef. " Alsof jij daar allemaal iets aan kan veranderen."

Vegetariër zijn is onze eigen weloverwogen keuze en alsmaar meer blijkt dat de toekomst ons in die keuze steunt. Steeds vaker duiken initiatieven op die mensen aansporen wat minder vlees te eten en meer rekening te houden met de impact van voeding op je lichaam, de dieren, de medemens en het milieu. Een zege voor de vegetariërs, want inderdaad: met een handvol vegetariërs op de aardbol kunnen we waarschijnlijk niet al te veel aan de wereldproblemen veranderen, maar als we met veel zijn, maakt elk beetje al snel een groot verschil. 




Een voorbeeld van zo'n campagne is "het menu van morgen". Deze bewustmakingscampagne zet mensen aan stap voor stap hun dieet een klein beetje aan te passen om zo tegen 2030 (wanneer we hier met een paar miljard mensen meer zullen zijn) toch nog gezond en lekker te kunnen eten, zonder hierbij de aarde nog verder uit te putten. De basisprincipes voor het Menu van Morgen zijn zo klein en simpel, dat ze me voor iedereen haalbaar lijken:


Geef groenten de hoofdrol
Eet met het seizoen mee
Kies vaker peulvruchten, noten en volkorengranen
Kleinere rol voor vlees en zuivel
Verminder voedselverspilling (koop, kook en bewaar slim)


Geen grote moeite toch?

Bij deze wil ik iedereen dus oproepen wat vaker aan deze principes te denken. Koop meer echte wintergroenten (bloemkool, pastinaak, raapjes, bieten, worteltjes...) in plaats van jaar in jaar uit tomaten, courgettes en aubergines te kopen die 's winters in warmgestookte kassen gekweekt moeten worden (hallo CO2!). Eet eens vaker wat kikkererwten of linzen, zo snel klaar en je kan er zoveel lekkere dingen mee doen. Kortom: denk even na voor je iets in je kar legt. Als we dat allemaal samen een beetje vaker doen, kunnen we heel wat veranderen. 




Vastberaden om samen met mij mee te doen of heb je nog een pak vragen, opmerkingen, suggesties of tips? Gooi het er hieronder in de comments even allemaal uit, ik zal het met veel liefde lezen en beantwoorden ;) Wil je meer weten over Het Menu Van Morgen, neem dan even een kijkje op de site


Tot slot nog - hoe kan het ook anders- een receptje. Een perfect, toekomst-approved receptje dan nog wel. Give it a try!


Risotto met boerenkoolpesto en een eitje
voor 2 personen





Voor de pesto 

  • 2 handenvol gewassen boerenkool, ontdaan van de harde stengels en in kleine stukjes gesneden
  • 1 handvol geroosterde walnoten
  • 6 el olijfolie
  • 1 handvol edelgistvlokken of 40g parmezaan
  • Zwarte peper en zout

Voor de risotto
  • 2 koppen zilvervliesrijst, reeds gaar gekookt
  • 1 raapje, gewassen en in kleine blokjes
  • 4 grote el van de boerenkoolpesto
  • 2 eitjes van blije kippen die vrolijk kip kunnen zijn (dus krabben en wroeten in echt gras en niet in een fel verlichte hangar met ik weet niet hoeveel soortgenoten)
  1. Voor de pesto gooi je alle ingrediënten samen met een scheut water in de blender en laat je hem op volle snelheid draaien tot je een mooie, gladde, groene saus krijgt. Het kan zijn dat je wat extra water moet toevoegen om de blender "in gang" te krijgen. 
  2. Proef van je pesto en kruid desgewenst extra met peper en zout.
  3. Verhit een lepel olie in een wokpan en voeg wanneer deze warm is de rijst toe samen met een half kopje water. Laat de rijst wat bakken en pruttelen en voeg met beetjes water toe tot je een romige, risotto-achtige rijst overhoudt. Voeg de blokjes raap toe en laat nog even mee opwarmen. De raapjes moeten nog krokant blijven, dit geeft je risotto wat meer bite. 
  4. Roer zoveel boerenkoolpesto door de rijst als je lief is en serveer met een gebakken/gekookt/gepocheerd eitje en eventueel wat extra parmezaan.
















woensdag 26 augustus 2015

Eindelijk chocoladetaart!

“We’ll be back.”

Dat waren onze woorden na het succes van de -naar onze bescheiden mening- geweldige, legendarische vegan donuts van vorig jaar. Niet voor het één of het ander, maar het lijkt me zeer de moeite dat receptje nog eens te bekijken. Je vindt het hier (gewoon klikken).

‘We’ zijn opnieuw die ene vriendin en ik. Noem ons het olijke kerstduo, want putje zomer naar Michaël Buble’s Christmas CD luisteren en ter afwisseling naar Nigella’s Christmas Kitchen kijken, is nu eenmaal wat we doen. Kerst-, open haard-, wollige dekentjes- en wintergeobsedeerd als we zijn. Een beetje raar  zijn we ook wel, maar dat doet zoals gezegd geen pijn.

Naar aloude traditie kwamen we deze vakantie weer een keer samen om onze culinaire, creatieve uitspattingen een plaatsje te geven en waagden we ons in de uithoeken van het bakuniversum.

Klaar om de vegan bakwereld opnieuw een openbaring rijker te maken.

Onbevreesd.

Onbezonnen.

Maar helaas….
Inspiratieloos.

Niet dat we niet wisten wat te maken. Wél dat  we niet meteen een idee hadden hoe eraan te beginnen.

Het concept was nochtans eenvoudig:
 Ik vroeg aan de vriendin  in kwestie wat ze graag wilde veganizen. Vriendin in kwestie is een vrouw in hart en nieren, dus het antwoord lag voor de hand: een decadente chocoladetaart, met alles erop en eraan. Meteen begon er iets in mij te knagen, want als ik heel erg eerlijk ben, heb ik een lichte vegan chocoladetaartfobie. Vegan en gezonde chocoladetaart maken, is iets wat me maar niet wil lukken. Of toch niet helemaal. De taart is nooit zoals ik ze wil. Te bitter, niet zoet genoeg, te droog, te nat, niet gerezen… Het is altijd wel iets en na een poging of 20, had ik me erbij neergelegd dat chocoladetaart me nu eenmaal nooit ging lukken en had ik mijn gezondere chocoladetaartdroom het afgelopen jaar gelaten voor wat hij was.

Toen we in de keuken stonden, hadden we dus niet onze gewoonlijke “we smijten wat vanalles bij elkaar en hopen dat er iets lekkers uitkomt”-drive van gewoonlijk.

Zoals het licht-inspiratieloze mensen betaamd, zochten we onze toevlucht tot Pinterest. Even later hadden we een recept dat  we tegen al onze principes in volledig navolgden. We voelden ons wel een beetje schuldig dat we zelf niets hadden durven verzinnen, maar dat knagend gevoel verdween als snel eens we het heerlijk zoete chocoladebeslag in de vorm goten en nadien de pot uitlikten. Dit kon wel eens een erg lekkere, gezondere chocoladetaart worden…

En dat werd het. Niet als dusdanig gerezen, maar wel vol en chocoladeïg. Net zoals we ons een chocoladetaart voorstelden.

Om onze creatieve zelven toch nog een beetje te uiten, maakten we zelf een sausje voor over onze taart. En daarna volgden de traditionele belachelijke selfies en lachten we onszelf buikpijn... 

Ons doel om weer een legendarisch recept te verzinnen was dan wel niet bereikt, maar we hadden nu wel een heerlijk vegan recept voor chocoladetaart en bovenal hebben we ons een hele middag ontzettend geamuseerd. En plezier maken en genieten is toch waar samen koken in de eerste plaats om zou moeten draaien, denk ik dan. 

Decadente chocoladetaart
Gebaseerd op een recept van MinimalistBaker 

Decadente vegan chocoladetaart

Natte ingrediënten
-          4 el gemalen lijnzaad + 12 el water
-          250 ml havermelk
-          1 ½ tl appelciderazijn
-          1 zakje bakpoeder
-          150 ml kokosnectar, agavesiroop, ahornsiroop of honing (niet vegan)
-          150g kokosbloesemsuiker
-          13Og gesmolten kokosolie
-          1 el vanille-extract
-          500g appelmoes (gemixte rauwe appel)
Droge ingrediënten
-          Een snuifje zout
-          120g ongezoet  cacaopoeder
-          120g amandelmeel
-          50g havermeel (fijngemalen havervlokken)
-          200g zelfrijzend bakmeel
Voor het chocoladesausje
-          Kokosroom van 1 blik kokosmelk
-          3 el cacaopoeder
-          2 el ahornsiroop
-          Snuifje zout

  1. Mix alle natte ingrediënten in de blender tot een gladde massa.
  2. Meng in  een grote mengkom de droge ingrediënten door elkaar.
  3. Meng de  natte mix onder de droge en roer tot een glad, doch stevig beslag.
  4. Giet het beslag in een met bakpapier beklede, ronde springvorm en bak de taart gedurende 45 minuten tot een uur in de voorverwarmde oven op 180°C of tot een prikker droog uit het midden van de taart komt.
  5. Meng intussen alle ingrediënten voor het  sausje door elkaar.
  6. Laat de taart afkoelen en serveer met de chocoladesaus en eventueel wat besjes en gehakte walnoten.



Decadente vegan chocoladetaart


Decadente vegan chocoladetaart onder vriendinnen 


maandag 13 juli 2015

La Vie en Vert goes Spanish: tapas por favor!

We kunnen verdorie toch nog wat leren van die Spanjaarden als het om eten en alles daarrond gaat.

 Ik heb mijn hart niet enkel verloren aan het pure van hun keuken, maar ook- en vooral- aan hun manier van eten.

Als je ooit eens in Spanje bent, moet je zo rond een uur of tien ’s avonds eens door het centrum gaan stappen. Dan is het etenstijd (olé voor het Spaanse ritme) en vind je iedereen buiten in de buurt van de soms ietwat groezelig uitziende bodegas aan tafeltjes vol bordjes met allerlei lekkers, genietend van het sociale gebeuren dat eten hier is. 

Gezelligheid troef.


bron: http://hotelelcoloquio.es/?page_id=1071
Bodegawie?
Een bodega is een typisch Spaans cafeetje, waar Spanjaarden voor ze gaan eten iets komen drinken en terwijl genieten van wat tapas, meestal kleine hapjes die gratis worden aangeboden. Gratis, want tapas waren oorspronkelijk gewoon een stukje brood dat men bovenop de glazen van de klanten zette om te vermijden dat er vliegen in hun drankje terecht zouden komen. Op een goeie dag kwam iemand op het geniale idee iets óp die broodjes te leggen. Tapas waren geboren. (Wat met de vliegen op het eten denk ik dan… Ach laat ons gewoon dankbaar zijn voor het gratis hapje.) 

Tegenwoordig kan je in de meeste bodega’s een heel aanbod aan tapas bestellen, waardoor je van je tapas een volwaardige maaltijd kan maken. En goed nieuws: meestal staan er (puur toevallig, want Spanjaarden zien vegetariërs nog steeds als een vreemde diersoort..) ook behoorlijk wat vegetarische tapa's op de kaart: tortilla, setas al ajo, pan con tomate, gazpacho, ajoblanco, berenchenas con miel, ensalada tropical en meer van dat lekkers waarvoor ik u google of een pocketwoordenboekje aanraad. 

Wat bodega’s betreft, geldt: hoe groezeliger, hoe beter. Ga niet af op hoe hip de bar eruitziet (goeie bodega’s zien er zelden hip uit), maar kijk waar de echte Spanjaarden heen gaan. In regel zit je steeds goed als aan de toog nagenoeg vol zit met echte Spaanse bompa’s en er natuurlijk verder ook nog een gezonde mix van ander Spaans volk binnen zit. Dat zijn meestal de bars waar je voor geen geld heerlijk van kwaliteitsvolle tapas kan genieten.    
       
Voor iemand met zo’n keuzeangst als ik is het zalig dat je hier meerdere kleine gerechtjes  kan bestellen en die dan gewoon deelt met je tafelgenoten. Uit eten gaan wordt een pak gemoedelijker als je samen al die nieuwe smaken kan ontdekken.
Bovendien kom je hier ook niet in situaties terecht waarbij je vraagt aan de ander of het lekker is, die dan “ja” zegt en jij dan licht treurig bent omdat je dat zelf niet gekozen hebt én omdat de ander niet eens voorstelt of je wil proeven. Altijd een enorme teleurstelling... Of ben ik de enige die daar zo over denkt?
 

Berenchenas con miel de caña

Geïnspireerd door de tapa die ik 3 jaar geleden voor het eerst at in Malaga. Ik maakte hem wat gezonder door de aubergines te bakken in de oven in plaats van ze te frituren en ze te paneren in een  notenlaagje voor extra proteïnen. Miel de caña is Spaans voor melassestroop, die je vindt in de biowinkel. Als je niet aan melassestroop raakt of je niet houdt van de smaak, want melasse heeft een lichte droptoets, kan je ook honing gebruiken. 

Laat je niet afschrikken door de ietwat vreemde combinatie, dat zou je je beklagen, neem het van mij aan.

aubergines met honing

-          1 aubergine
-          5 el amandelmeel  of 2 handen vol amandelen in de blender tot kruimels gemixt
-          3 el paneelmeel
-         1 kopje bloem
-          water
-          Een flinke snuif zout
-         Miel de caña (=melassestroop) of honing naar smaak
-        Grof zeezout

  1. Snijd de aubergine in dikke schijven en snijd die schijfen in dikke frietjes.  Verdeel de balkjes over een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 20 minuten in de oven op de 230°C tot ze stevig, maar toch al een beetje gaar zijn.
  2. Intussen bereid je alles voor het paneerlaagje. Meng de bloem met net zoveel water tot je een stevig, vloeibaar beslagje krijgt, dat de consistentie van pannenkoekenbeslag heeft. Voeg een flinke snuf zout toe.  Meng het paneermeel met het amandelpoeder in een diep bord.
  3. Haal de aubergines uit de oven en dep ze als ze erg vochtig zijn droog met wat keukenpapier. Bekleed de bakplaat eventueel met een nieuwe laag bakpapier.
  4. Nu kan je gaan paneren: haal elk auberginebalkje eerst door het water-bloemmengsel (een dun laagje volstaat)  en vervolgens door het paneer-amandelmeel. Leg de balkjes los van elkaar op de bakplaat.
  5. Bak de gepaneerde balkjes 10 minuten op 230°C. Draai ze daarna om en bak nog eens 10 minuten. De bektijden hangen af van je oven, dus ga af op je gevoel. Je wil krokante auberginefrietjes.
  6. Serveren! Sprenkel er flink wat zeezout en wat honing of melassestroop over en geef er citroenpartjes bij, zo kan iedereen zijn frietje naar believen voorzien van wat citroensap, een must. 
aubergines met honing



dinsdag 7 juli 2015

La Vie en Vert goes Spanish: Andalucía

En toen zat ik plots in Spanje.

Dat soort drastische wendingen kan ik wel hebben. Ik ben het type reiziger dat zich liefst volledig smijt in de  lokale cultuur. Ik ben daar nogal fanatiek in. Eens in Spanje, staan er enkel nog Spaanse gerechten op tafel en doe ik als een echte Spaanse madre met mijn rieten boodschappenmand en in mijn beste Spaans mijn inkopen op de plaatselijke markt.

Die markt is werkelijk het walhalla voor fruit- en groentenverslaafden als ik. Tientallen kraampjes vol kleurrijke vruchtjes en verkopers die je er met man en macht van proberen overtuigen dat hun groentjes de beste, mooiste, smakelijkste en goedkoopste zijn. Althans, dat is wat ik afgaande op hun intonatie vermoed, want zoveel verder dan "ola" en  "adios" reikt m'n Spaans nu ook weer niet. 

Het kan aan de vakantiesfeer of de zon liggen, maar alles smaakt hier wel tien keer beter dan in België. Het beste voorbeeld is de tomaat. Wie mij een beetje kent, weet dat ik sowieso al behoorlijk gek ben op tomaten. Als we thuis ergens uiterst noodzakelijk kerstomaten voor nodig hebben, moet mij dat nadrukkelijk gezegd worden, anders zal het het gekochte bakje tomaatjes al verorberd zijn voor het goed en wel de koelkast bereikt heeft.* 
Eens je een Spaanse tomaat gegeten heb, zal je de tomaten uit België voor eeuwig smakeloos en waterig vinden. Zo’n heerlijk rijpe, zoete, zongerijpte, Spaanse tomaat, daar kan niets tegenop. 

Ik grijp hier dus logischer wijs elke gelegenheid om tomaten te eten en stort me met veel plezier in het typisch Andalucische pan con tomate en drink hier home-made gazpacho met liters. 


* Wij zetten onze tomaten uit pure gewoonte altijd  in de koelkast. Geen goede gewoonte als je weet dat tomaatjes zich veel beter voelen op kamertemperatuur en dan ook lekkerder zullen smaken. Gun die tomaatjes vanaf nu dus een mooie laatste paar dagen van hun leven en laat ze nog lekker genieten van de warmte, buiten de koelkast. De tomatengemeenschap dankt u! 

Gazpacho con remolacha Gazpacho van rode biet



Conservatief als we als Vlaming op dat vlak zijn, doet de gedachte aan koude soep iedereen meteen huiveren. Soep is warm. Soep die niet warm is, is de naam “soep” niet waardig.  Mijn oma kijkt nog steeds een beetje vreemd als ze een lepeltje van  deze frisse soep neemt en merkt dat ze koud is. Die vreemde blik maakt dan altijd snel plaats voor “Is er nog?”-oogjes, want niets dat zo kan smaken op een warme zomerdag als een kommetje verse gazpacho. 

Deze gazpacho is dankzij de mooie, rode biet net dat beetje specialer dan de klassieker. Rode biet maakt het lichtjes zoet en geeft hem een prachtige kleur. Een onverwachte, maar zeer geslaagde combi!


  • 1 gekookte rode biet
  • 5 erg rijpe tomaten 
  • ½ komkommer, geschild
  • ½ paprika, van pitjes ontdaan
  • 3 el olijfolie
  • 3 el balsamico azijn
  • 1 klein teentje look
  • 1 snede brood, zonder korst*
  • eventueel 1/3 van een rood pepertje
  • zwarte peper en zeezout
    Dit is vast de eenvoudigste, snelste soep die je ooit zult maken.
  1. Snijd alle ingrediënten in niet al te grove stukken en gooi ze in de blender.
  2. Mix op hoogste snelheid tot een mooie, gladde, paars-rode soep.
  3. Kruid met peper en zout.
  4. Gazpacho moet naar mijn mening ijskoud zijn. Zet hem voor het serveren dus liefst nog een tijdje in de koelkast.
  5. Giet in glaasjes en werk eventueel af met wat erg fijn gesneden stukjes komkommer, tomaat en paprika, een beetje olijfolie en wat zwarte peper. Of gewoon zo. Met een sneetje lekker brood. 


*No-Waste-Tip: Rooster de korsten, die je in kleine blokjes sneed met wat kruiden, geplette look,een sprenkeltje olijfolie, peper en wat zout in de oven en je hebt een geweldige topping voor op een salade of voor in de gazpacho.


woensdag 1 juli 2015

La Vie en Vert goes French: Biarritz

Eerst even dit: ik heb geen idee of dit jullie interesseert, maar ik dacht dat het misschien wel eens leuk zou  zijn een reisrubriekje op te starten. Niet iets waarover ik normaal schrijf, dus het zou me een groot plezier doen als je me liet weten of deze post je iets zegt of het je echt geen jota kan schelen wat ik op reis loop te doen. Dankjewel!

Op reis dus. 


Plan was om in 1 keer door naar Zuid-Spanje te rijden, maar laat dat er nu net een klein beetje over zijn. Hoewel we dat andere jaren wel altijd deden, maar verstand (van mijn ouders) komt met de jaren, zo blijkt. 

Halfweg maakten we een tussenstop in het mooie Biarritz, een stad op een zuchtje van de Spaans-Franse grens met zicht op de Atlantische oceaan. Op het eerste zicht leek Biarritz niet veel meer te zijn dan het Knokke van de streek, maar dan nog net iets chiquer en groter en met wat mooier weer. Niks tegen Knokke hoor, maar ik ben niet zo voor dat blingbling en chique gedoe. 

Geef mij maar goeie, authentieke gezelligheid.

En laat ons dat er nu net - na een hele tijd ronddwalen- gevonden hebben. En wat voor een gezelligheid. Eens je wegtrekt van het toeristische Knokke-deel, ben je klaar om het echte Biarritz te ontdekken. Daar vind je smalle straatjes  vol kleine tapasbars waar mensen tot buiten met hun bordje lekkers staan, staan mensen samen met een drankje in de hand naar de prachtige zonsondergang te kijken en zjoeven de surfers tot ’s avonds laat op de meest wollig uitziende, blauw-witte golven. 



Eten deden we in een nogal toeristisch restaurant (Benieuwd?), simpelweg omdat we verhongerd waren en het gezellige deel van de stad nog niet ontdekt hadden. Maar het was lekker en er stonden best nog wat vegetarische gerechten op de kaart. Niets speciaals, maar dat je als vegetariër in het buitenland niet al te kieskeurig mag zijn, dat wisten we al. Na enig getwijfel tussen een simpele pasta met tomaten-basilicumsaus of een salade met warme geitenkaas en noten, ging ik voor de vegetarische salade: sla, tomaat, noten, asperges, avocado, olijfjes, croutons en een verrassend lekkere pesto-dressing.


Iets totaal anders dat me van deze stad zeker zal bijblijven zijn de assertieve mussen. Eerlijk waar: nog nooit zo’n astrante mussen gezien. Waar die beestjes bij ons als semi-bedreigd beschouwd worden, fladderen ze hier lustig rond en deinzen ze er niet voor terug de kruimeltjes van je bord  te komen pikken. 


Een andere leuke ontdekking was de zeevenkel tussen de rotsen in de branding. Dit mooie plantje met zijn frêle, goudgele bloemenschermen ruikt naar iets tussen citroen en venkel, maar stelt wel redelijk teleur wanneer je er een hapje van neemt en je niets anders dan zoute zee proeft. Ach ja, de geur zat dan toch al goed.


Een prachtige zonsondergang, een gezellige zuiderse sfeer, een unieke locatie aan de voet van de Pyreneeën en zotte mussen. Van een aangename tussenstop gesproken. 





donderdag 28 mei 2015

Rheum rhabarbarum

Examens houden de rabarber niet tegen te groeien. 

Met "de rabarber" heb ik het dan niet over onze rabarber, want die lijkt altijd wel een reden te vinden om niet te groeien. 


Wel de rabarber van de buren, van wie de arme plant aangevallen werd door hun puppy (’t is een nogal enthousiast beestje…). De rabarber moest dus dringend geoogst worden, voor het hondje de hele oogst verwoestte en aangezien ze zelf geen weg konden met 10 kilogram van die blozend rode stengels, werd er ons een gulle portie gedoneerd.


Bij deze: rabarbercrumble, gesponsord door onze buren. 

En door hun puppy. 


Rabarbercrumblevegan

  •  1 grote bussel rabarber, zo’n 10 stengels
  • 3 appels
  • 2 peren
  • 3 lepels appelstroop of honing, eventueel wat meer als de rabarber erg zuur is
  • 1 el puur vanille-extract
Voor de crumble
  • 150g bloem ( ik gebruik vaak volkoren speltmeel, maar zelfrijzend bakmeel werkt evenzeer)
  • 100g havervlokken
  • 100g gesmolten kokosolie
  • 50g kokosbloesemsuiker
  • 2 el honing  of ahornsiroop
  • Eventueel  1 handvol fijngemalen noten
    of (iets minder gezond en niet vegan, maar dat mag ook al is) 100g verkruimelde speculaasjes
  • Snuifje zout
  • 1 tl kaneel

1. Schil de rabarber en snijd hem in grove stukken. Doe ze samen met een eetlepel water of 2 in een grote kookpot en laat hem op een zacht vuurtje stoven tot hij gaar, maar nog niet volledig uit elkaar gevallen is.

2. Snijd de appels en peren (met schil) in grove stukken en doe ze bij de rabarber.

3.Smelt de appelstroop door hem 40 seconden op te warmen in de microgolfoven en roer hem onder de appels en de rabarber. Proef even. Het moet licht zuur, maar toch net zoet genoeg zijn. Als het nog niet naar je zin is, voeg je nog wat extra appelstroop of wat honing toe.

4. Schep het fruitmengsel in een ovenschaal.

5. Meng in een aparte kom alle ingrediënten voor de crumble. Het moet een- u raadt het nooit- kruimelige structuur krijgen. Als het iets te sterk op deeg (als brood- of erger nog pannenkoekendeeg) lijkt, dien je wat extra havervlokken toe te voegen.

6. Verdeel de crumble over het fruit en zet de schaal voor zo’n 30 minuten in de oven op 180°C.

Voor mensen zonder geduld: rechtstreeks uit de oven eten kán, maar houd dan wel een paar liter ijskoud water in de buurt. (de suiker in de crumble karamelliseert en dat is, ik spreek uit ervaring, behoorlijk heet …)

7. Even laten afkoelen dus en dan kan niks er u nog van weerhouden met een lepeltje in deze zalige lekkernij te duiken.


Reality strikes ...






maandag 27 april 2015

Herkenbaar?

Sommige lesdagen voelen aan als een dag uit expeditie Robinson, maar dan zonder het mooie weer, het parelwitte strand en palmbomen. Honger, vermoeidheid en het gevoel dat je een eeuwigheid vastzit en de tijd voorbij kruip. Om de minuut op je gsm kijken en er bijna zeker van zijn dat de tijd in die specifieke aula vertraagd wordt. Een prof die met monotone stem wat ingewikkelde formules opsomt en berekeningen op het bord zit te krabbelen,  waar je nooit wijs uit geraakt en moest je er dan toch iets van kunnen lezen is de kans  groot dat je er weinig tot niets van snapt. De vermoeidheid neemt toe en je oogleden lijken wel geïmpregneerd met lood.  Hier en daar zie je de eerste slachtoffers reeds vallen: hoofd in de nek, mondje open, oogjes dicht en daarnaast dan een stel vriendjes die óf  dezelfde houding gekopieerd hebben óf foto’s van de persoon in kwestie verspreiden via Facebook, Snapchat en andere virtuele wereldjes, al dan niet opgeleukt met een alcoholstiftsnorretje. Een ware marteling, pure ontbering en de continue strijd tegen het zandmannetje.

Iedereen heeft zo zijn manier om zich in de mate van het mogelijke wakker te proberen houden. Sommigen, meestal de personen op rij één tot vier, zitten vastgekluisterd aan hun blad, leggen elk woord dat de prof uitstoot vast op papier en lijken zo, gekluisterd aan zijn lippen, in een continue stresssituatie te verkeren waarbij de adrenaline hen weghoudt van de gedachte aan een warm, donzig bed. Anderen, meestal zij op de achterste rij, ondernemen zelfs geen poging meer om op te letten en amuseren zich met smartphone, de metro of zelfs een gameboy of rubik’s cube. Verder heb je nog de luidruchtig roddelende meisjes, die af en toe strenge, starende blikken van de gefrustreerde prof toegeworpen worden. En tot slot heb je die studenten die je gewoonweg ziet denken dat het gigantisch nutteloos is om in deze les te zitten, maar dat ze daar nu toch zijn en dan eigenlijk beter zouden opletten, maar dat het echt niet lukt en ze moe zijn en honger en ….. Onder die categorie zou ik mezelf plaatsen. Mijn truc om wakker te blijven is water drinken. Kleine slokjes weliswaar want met mijn miniblaas en soms 3 uur durende lessen zou dergelijke techniek wel eens gênant kunnen eindigen. Als je in het midden van een rij zit en de halve rij midden in de les moet opstaan omdat jij pipi moet doen en de prof dan tot overmaat van ramp vraag wat er scheelt, juffrouw… Dat wens je toch gewoon niemand toe? Een ander eerste hulp bij doodsaaie lessen trucje is knabbelen. Ik kauw hele lessen door op kauwgom, maar soms heb ik ook gewoon zin in echt voedsel, iets vullends dat me, wie weet, zelfs een beetje kan helpen om helderder te denken en op te letten. Voor die momenten heb ik mijn trailmix. 

Trailmix is iets wat ik vond  op Pinterest en heet TRAILmix omdat het zo’n compacte powersnack is, ideaal voor onderweg. Een authentieke trailmix bestaat uit noten, gedroogde vruchten, iets zoets  en iets knapperigs. Gigantisch lekker zo’n trailmix, ik noem het mijn zoete borrelnootjes. Enige  nadeel: calorieën zijn er rijkelijk in vertegenwoordigd. Maar dat hoeft op zich niet zo’n probleem te zijn. Ik heb zo mijn eigen techniekjes om die calorieën een beetje terug te dringen. Eerst en vooral: ik kies voor vruchtjes als cranberries, abrikozen en moerbeien in plaats van voor de klassieke rozijnen, want die bevatten heel wat meer suikers. Daarnaast vervang ik altijd de helft van de noten  door een luchtig, cruchy item. Mijn favoriet is gepofte rijst of gewooon stukjes gebroken rijstkoek. Bovendien beperk ik het zoetje in mijn trailmix tot en paar brokjes donkere (90%) chocolade en houd ik me ver weg van de marshmellows en mnm’s die sommige recepten op Pinterest suggereren. Tot slot verdeel ik mijn mix tijdens het maken meteen in porties van 40g, die ik apart verpak, zodat ik ze ’s ochtends meteen in mijn rugzak kan gooien en ik zo voorkom dat ik meer eet dan goed voor me is.

 Hoe dan ook: de gezonde vetten in de noten, de natuurlijke suikers uit de vruchten en dat geluksstofje uit de chocolade zorgen bij mij meestal voor een boost van energie en concentratie die me de kracht geven om me door de rest van de les te slaan.

Trailmix

Kies 2 items uit de noten, 2 uit de zaden, 2 uit de  vruchten en 1 uit crunchy en zoet.

Noten:
Hazelnoten, amandelen, cashewnoten, pecannoten, amazonianoten ….

Zaden:
Pompoenpitten, zonnebloempitten, lijnzaad, chiazaad …

Gedroogde vruchten:
Cranberries, vijgen, moerbeien, gojibessen, mangostukjes…

Crunchy:
Stukjes rijst- of maiswafel, rice puffs (ongezoet), stukjes volkoren cracker of knäckebröd, ongezoete granolaclusters …

Zoet:
Cacaonibs, stukjes donkere chocolade (minstens 70%), gedroogde kokosreepjes, banaanchips, dadels …

Tip1: ga eens langs bij een natuurwinkel, biowinkel of speciaalzaak voor noten en gedroogde vruchten.

Tip2: Ook lekker als snel ontbijt met wat yoghurt. 


vrijdag 17 april 2015

Vrolijk voedsel: naicecream

Sun is shining baby!

Die goeie ouwe lente, net toen het leek alsof ons landje nooit uit zijn winterdepressie zou geraken was hij daar. Net op tijd.

Aan het begin van elk seizoen zeg ik “Dit is nu echt mijn favoriete seizoen!”. Ik hou gewoon van variatie en vind elk seizoen wel iets hebben: zwemmen in zee in de zomer, boswandelingen in de herfst en avonden voor het haardvuur in de winter. Ik hou ook van clichés, ziet u.

Maar met de lente is het toch dat tikje anders. Er is geen enkel seizoen dat me plots zoveel energie en vreugde kan geven. Niet moeilijk ook, want wie wordt er nu niet blij van die plotse helder schijnende zon, blaadjes aan de bomen en lammetjes in de wei. Lente roept in mij ook al tijd een sterke drang naar actie op. De zon moet maar beginnen schijnen of ik sta al in de Aveve potgrond en zaadjes te kopen (Balkonmoestuin, here I come!). Ik moet maar een paardenbloem zien bloeien of ik verlang al naar een namiddag idyllisch wandelen door weides met een picknickmand aan de arm en een vers geplukt boeket bloemen. De thermometer moet zich maar even boven de 12 graden schieten of ik  plan al buiten te eten (en doe dat dan ook… met 3 truien, een dekentje en dikke wollen sokken). 

Al die heerlijke lentedingen. Voor mij en velen overschaduwd door een met tranende ogen, een kriebelende keel en een  gekluisterd zijn aan de zakdoekendoos, maar kom: die pollen horen er nu eenmaal bij en dat heeft allemaal ook zo zijn charmes( Niet echt, maar zon maakt een mens ook een pak positiever heb ik het gevoel).

Nog zo’n direct gevolg van zonneschijn is de drang naar fris, vrolijk voedsel. U weet wel: slaatjes enzo. En niet te vergeten: ijs.

1 probleem. Allé, neen. 2 eigenlijk.
  1.      Tijdens de les dierkunde wist de assistente ons te vertellen dat er vis in ijs zit. De fabrikanten zouden stoffen uit vis gebruiken om te voorkomen dat het ijs begint te kristalliseren en vervatten deze stofjes onder “natuurlijke smaakstoffen” Lekker … :/  Dus bij het zien van een pot vanille-ijs moet ik nu steeds aan rauwe vis denken. (behoorlijk efficiënte mind-set om die ijsverslaving een beetje onder controle te houden met het bikiniseizoen in het vooruitzicht.)
  2.      Zelf ijs maken is geen optie, want m’n ijsmachine is om technische redenen even buiten spel. 

Maar lente zonder ijs. No way! Bikini’s, vissen, ijsmachines of niet. Er moet en zal ijs gegeten worden.

 En daar komt mijn all-round vriend de banaan weer spelen. Want hoewel op Instagram niemand nog iets anders lijkt te eten, is naicecream/ banaanijs bij ons precies nog niet helemaal gekend. Volledig onterecht en moest ik Jeroen Meus zijn, zou heel Vlaanderen zich binnen de kortste keren ook in het banaanijs schieten. Helaas reikt mijn doelpubliek niet dermate ver, dus zie dit als een klein, kostbaar geheimpje tussen jou en mij.

Het principe is even geniaal als simpel: mix ingevroren bananen en je krijgt een zalig, romig ijs. Zonder vis, zonder toegevoegde suikers, zonder vet, zonder bewaarmiddelen, smaakstoffen of wat dan ook. Banaan en niets dan banaan.  Manmanman, dat ik daar nooit helemaal zelf ben opgekomen...

Nu ken ik veel mensen die iets hebben tegen banaan, die gewoon niet houden van de smaak. Wel, vreest niet gij allen! Voor alles is er een oplossing: probeer een van de onderstaande variaties, want door toevoeging van bijvoorbeeld besjes of chocolade, maskeer je de banaansmaak en houd je enkel nog zijn romige textuur over.

Voila, laat die zon maar schijnen, ik ben er helemaal klaar voor!

Naicecream a.k.a banaanijs

  • -          Banaan, in stukjes gesneden en ingevroren
  • -          Plantaardige melk of gewoon water

Doe de banaan samen met een scheutje van de melk of het water in een kleine keukenrobot of blender en mix. Je zal af en toe moeten stoppen om er met een lepel wat in te roeren zodat de mixer weer wat stukjes banaan binnen zijn bereik heeft. Indien nodig voeg je nog een beetje melk toe (niet te veel of je krijgt een milkshake, ook lekker, maar niet onze intentie). Toegegeven, dit vraagt enig geduld, maar eens het ijs vertrokken is wordt het in 1 2 3 heerlijk romig.

Mix wanneer je denkt dat het goed is nog een 15tal secondes door. Ja zal zien dat het ijs dan extra licht en luchtig wordt.

Schep in een kommetje en lepelen maar!


Variaties op het thema

Chococolate

Voeg van bij het begin naar smaak cacaopoeder toe en zoet eventueel met een lepeltje rijststroop, ahornsiroop of honing.  Lekker met wat extra stukjes chocolade of wat geraspte kokosnoot.

Berrylicious

Start met een bodempje water en 1 verse, niet-diepgevroren banaan. Mix deze tot een slijmerig papje. Voeg dan een paar handen diepgevroren bosvruchten toe en mix opnieuw. Zoals bij het klassieke banaanijs vraagt dit wat gemeng en gemix en opnieuw gemeng en weer gemix. Geduld is het geheim.

Orangade

Vervang de melk in het klassiek recept door appelsiensap.

The nutty one

U raadt het al: notenboter. Hier geldt: overdaad schaadt. Een subtiele lepel pindakaas of amandelboter is genoeg voor het meest romige, hemelse ijs dat je je kan inbeelden. Afwerken met wat gekaramelliseerde amandelschilfers voor de luxe-editie.

Perzikje (kennen jullie dat schattige mammoetje uit Ice Age? )

Mix in het klassiek recept eerst de melk met 1 perzik of nectarine. Voeg dan de bevroren banaanstukjes toe en vervolg het recept. Kan ook met een handvol aardbeien in plaats van perzik.


Conclusie: eigenlijk werkt zo goed als alles. Je kan ook alle soorten fruit invriezen en mixen tot een sorbet zoals je dat met de banaan zou doen. Experimenteer er op los! 

zondag 11 januari 2015

Examens

Lopen. 
Warme douche.
Cake. 
Thee*. 

En een map vol extreem interessante leerstof....

't  Is tenslotte ook een maand uit je leven,
kan je het jezelf evengoed een beetje aangenaam maken.


* Bij voorkeur in mijn favoriete konijntjesmok.
Wie  kan er nu panikeren met zicht op kleuterkonijntjes in rode pullovertjes...