Posts tonen met het label vegan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vegan. Alle posts tonen

zaterdag 9 januari 2016

(Geen) sultanakoekjes

Toen ik klein was, was ik gek op dino-, smurfen- en petit-lu-koeken (kent u die nog? Die waren toch gewoon geweldig he…). Iets ouder geworden, gaf mijn mama me steevast sultanakoekjes mee naar school. Dit samen met een heerlijk semi-doorzichtig fruitsapje in brik met zo’n rietje dat daar dan soms niet in wou en als je er dan toch al in geslaagd was een piepklein gaatje met het rietjespuntje te maken, spoot al je fruitsap in je gezicht bij de volgende poging die je ondernam om het rietje erin te krijgen. Of was alleen ik zo’n lomp kind? 

Sultanakoeken en fruitsap dus.
Dat beschouwde ik toen als een gezond tussendoortje. Gelukkig heb je als kind totaal geen notie van nutritionele waarden. Jong, onbezonnen en gelukkig met mijn koek en drankje.

Jammer genoeg komt na een aantal jaar dat nutritioneel geweten opspelen. Mijn sultana-sapjes-tussendoortje werd verbannen. Ik onderging die transitie moeiteloos, tot ik nu ongeveer 2 maanden geleden in de aula iemand een sultanakoekje zag eten en de heimwee me om het hart sloeg.

Een pak sultana’s gaan halen in de supermarkt dan maar? Ik denk er nog niet aan. Wat je zelf doet, doe je meestal beter, dus ging ik aan de slag met volkorenbloem, havervlokken en rozijnen.

Het resultaat was …  teleurstellend.

Mijn koekje leek in de verte niet op een sultanakoekje. Textuur was ook compleet anders.  Met de nadruk op anders, dus zeker niet slecht. De smaak kwam wel sterk in de buurt van de sultana's, maar dan rustieker, voller ook. Een glaasje havermelk erbij en ik waande me weer dat vrolijk etende kind van op de speelplaats.

Deze robuuste koekjes zijn het perfecte vullende tussendoortje, of wie weet zelfs het perfecte to-go-ontbijt. Gezond zijn ze alleszins en ze geven je genoeg energie om er weer een paar uur tegenaan te kunnen.

Ik mag er dan wel niet in geslaagd zijn een gezonde tweelingsbroer van mijn geliefde sultanakoekje te maken, ik heb er nu wel een nieuwe vriend bij.

Geen sultanakoekjes


  •           100g roggevlokken
  •           100g havermout
  •           100g zelfrijzende bloem
  •           4 el kokosbloesemsuiker
  •           45g kokosolie, gesmolten
  •           150g rozijnen*
  •           Snuf zout
  •          Kaneel
  •           3 el yoghurt
  •           1 ei


  1. Meng alle  droge ingrediënten in een grote mengkom door elkaar.
  2. Voeg de kokosolie, yoghurt en het ei toe en roer opnieuw.
  3. Vouw de rozijnen door het deeg.
  4. Schep soeplepelgrootte koekjes op een met bakpapier beklede bakplaat en bak de koekjes zo’n 15 à 20 minuten op 180°C.
  5. Laat de koekjes afkoelen en zet er je tanden in. Bij voorkeur met een glaasje (haver)melk of warme thee. 
*Lust je geen rozijnen, vervang ze dan gewoon door chocoladestukje, noten of een andere soort gedroogde vruchten in kleine blokjes.


maandag 13 juli 2015

La Vie en Vert goes Spanish: tapas por favor!

We kunnen verdorie toch nog wat leren van die Spanjaarden als het om eten en alles daarrond gaat.

 Ik heb mijn hart niet enkel verloren aan het pure van hun keuken, maar ook- en vooral- aan hun manier van eten.

Als je ooit eens in Spanje bent, moet je zo rond een uur of tien ’s avonds eens door het centrum gaan stappen. Dan is het etenstijd (olé voor het Spaanse ritme) en vind je iedereen buiten in de buurt van de soms ietwat groezelig uitziende bodegas aan tafeltjes vol bordjes met allerlei lekkers, genietend van het sociale gebeuren dat eten hier is. 

Gezelligheid troef.


bron: http://hotelelcoloquio.es/?page_id=1071
Bodegawie?
Een bodega is een typisch Spaans cafeetje, waar Spanjaarden voor ze gaan eten iets komen drinken en terwijl genieten van wat tapas, meestal kleine hapjes die gratis worden aangeboden. Gratis, want tapas waren oorspronkelijk gewoon een stukje brood dat men bovenop de glazen van de klanten zette om te vermijden dat er vliegen in hun drankje terecht zouden komen. Op een goeie dag kwam iemand op het geniale idee iets óp die broodjes te leggen. Tapas waren geboren. (Wat met de vliegen op het eten denk ik dan… Ach laat ons gewoon dankbaar zijn voor het gratis hapje.) 

Tegenwoordig kan je in de meeste bodega’s een heel aanbod aan tapas bestellen, waardoor je van je tapas een volwaardige maaltijd kan maken. En goed nieuws: meestal staan er (puur toevallig, want Spanjaarden zien vegetariërs nog steeds als een vreemde diersoort..) ook behoorlijk wat vegetarische tapa's op de kaart: tortilla, setas al ajo, pan con tomate, gazpacho, ajoblanco, berenchenas con miel, ensalada tropical en meer van dat lekkers waarvoor ik u google of een pocketwoordenboekje aanraad. 

Wat bodega’s betreft, geldt: hoe groezeliger, hoe beter. Ga niet af op hoe hip de bar eruitziet (goeie bodega’s zien er zelden hip uit), maar kijk waar de echte Spanjaarden heen gaan. In regel zit je steeds goed als aan de toog nagenoeg vol zit met echte Spaanse bompa’s en er natuurlijk verder ook nog een gezonde mix van ander Spaans volk binnen zit. Dat zijn meestal de bars waar je voor geen geld heerlijk van kwaliteitsvolle tapas kan genieten.    
       
Voor iemand met zo’n keuzeangst als ik is het zalig dat je hier meerdere kleine gerechtjes  kan bestellen en die dan gewoon deelt met je tafelgenoten. Uit eten gaan wordt een pak gemoedelijker als je samen al die nieuwe smaken kan ontdekken.
Bovendien kom je hier ook niet in situaties terecht waarbij je vraagt aan de ander of het lekker is, die dan “ja” zegt en jij dan licht treurig bent omdat je dat zelf niet gekozen hebt én omdat de ander niet eens voorstelt of je wil proeven. Altijd een enorme teleurstelling... Of ben ik de enige die daar zo over denkt?
 

Berenchenas con miel de caña

Geïnspireerd door de tapa die ik 3 jaar geleden voor het eerst at in Malaga. Ik maakte hem wat gezonder door de aubergines te bakken in de oven in plaats van ze te frituren en ze te paneren in een  notenlaagje voor extra proteïnen. Miel de caña is Spaans voor melassestroop, die je vindt in de biowinkel. Als je niet aan melassestroop raakt of je niet houdt van de smaak, want melasse heeft een lichte droptoets, kan je ook honing gebruiken. 

Laat je niet afschrikken door de ietwat vreemde combinatie, dat zou je je beklagen, neem het van mij aan.

aubergines met honing

-          1 aubergine
-          5 el amandelmeel  of 2 handen vol amandelen in de blender tot kruimels gemixt
-          3 el paneelmeel
-         1 kopje bloem
-          water
-          Een flinke snuif zout
-         Miel de caña (=melassestroop) of honing naar smaak
-        Grof zeezout

  1. Snijd de aubergine in dikke schijven en snijd die schijfen in dikke frietjes.  Verdeel de balkjes over een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 20 minuten in de oven op de 230°C tot ze stevig, maar toch al een beetje gaar zijn.
  2. Intussen bereid je alles voor het paneerlaagje. Meng de bloem met net zoveel water tot je een stevig, vloeibaar beslagje krijgt, dat de consistentie van pannenkoekenbeslag heeft. Voeg een flinke snuf zout toe.  Meng het paneermeel met het amandelpoeder in een diep bord.
  3. Haal de aubergines uit de oven en dep ze als ze erg vochtig zijn droog met wat keukenpapier. Bekleed de bakplaat eventueel met een nieuwe laag bakpapier.
  4. Nu kan je gaan paneren: haal elk auberginebalkje eerst door het water-bloemmengsel (een dun laagje volstaat)  en vervolgens door het paneer-amandelmeel. Leg de balkjes los van elkaar op de bakplaat.
  5. Bak de gepaneerde balkjes 10 minuten op 230°C. Draai ze daarna om en bak nog eens 10 minuten. De bektijden hangen af van je oven, dus ga af op je gevoel. Je wil krokante auberginefrietjes.
  6. Serveren! Sprenkel er flink wat zeezout en wat honing of melassestroop over en geef er citroenpartjes bij, zo kan iedereen zijn frietje naar believen voorzien van wat citroensap, een must. 
aubergines met honing



dinsdag 7 juli 2015

La Vie en Vert goes Spanish: Andalucía

En toen zat ik plots in Spanje.

Dat soort drastische wendingen kan ik wel hebben. Ik ben het type reiziger dat zich liefst volledig smijt in de  lokale cultuur. Ik ben daar nogal fanatiek in. Eens in Spanje, staan er enkel nog Spaanse gerechten op tafel en doe ik als een echte Spaanse madre met mijn rieten boodschappenmand en in mijn beste Spaans mijn inkopen op de plaatselijke markt.

Die markt is werkelijk het walhalla voor fruit- en groentenverslaafden als ik. Tientallen kraampjes vol kleurrijke vruchtjes en verkopers die je er met man en macht van proberen overtuigen dat hun groentjes de beste, mooiste, smakelijkste en goedkoopste zijn. Althans, dat is wat ik afgaande op hun intonatie vermoed, want zoveel verder dan "ola" en  "adios" reikt m'n Spaans nu ook weer niet. 

Het kan aan de vakantiesfeer of de zon liggen, maar alles smaakt hier wel tien keer beter dan in België. Het beste voorbeeld is de tomaat. Wie mij een beetje kent, weet dat ik sowieso al behoorlijk gek ben op tomaten. Als we thuis ergens uiterst noodzakelijk kerstomaten voor nodig hebben, moet mij dat nadrukkelijk gezegd worden, anders zal het het gekochte bakje tomaatjes al verorberd zijn voor het goed en wel de koelkast bereikt heeft.* 
Eens je een Spaanse tomaat gegeten heb, zal je de tomaten uit België voor eeuwig smakeloos en waterig vinden. Zo’n heerlijk rijpe, zoete, zongerijpte, Spaanse tomaat, daar kan niets tegenop. 

Ik grijp hier dus logischer wijs elke gelegenheid om tomaten te eten en stort me met veel plezier in het typisch Andalucische pan con tomate en drink hier home-made gazpacho met liters. 


* Wij zetten onze tomaten uit pure gewoonte altijd  in de koelkast. Geen goede gewoonte als je weet dat tomaatjes zich veel beter voelen op kamertemperatuur en dan ook lekkerder zullen smaken. Gun die tomaatjes vanaf nu dus een mooie laatste paar dagen van hun leven en laat ze nog lekker genieten van de warmte, buiten de koelkast. De tomatengemeenschap dankt u! 

Gazpacho con remolacha Gazpacho van rode biet



Conservatief als we als Vlaming op dat vlak zijn, doet de gedachte aan koude soep iedereen meteen huiveren. Soep is warm. Soep die niet warm is, is de naam “soep” niet waardig.  Mijn oma kijkt nog steeds een beetje vreemd als ze een lepeltje van  deze frisse soep neemt en merkt dat ze koud is. Die vreemde blik maakt dan altijd snel plaats voor “Is er nog?”-oogjes, want niets dat zo kan smaken op een warme zomerdag als een kommetje verse gazpacho. 

Deze gazpacho is dankzij de mooie, rode biet net dat beetje specialer dan de klassieker. Rode biet maakt het lichtjes zoet en geeft hem een prachtige kleur. Een onverwachte, maar zeer geslaagde combi!


  • 1 gekookte rode biet
  • 5 erg rijpe tomaten 
  • ½ komkommer, geschild
  • ½ paprika, van pitjes ontdaan
  • 3 el olijfolie
  • 3 el balsamico azijn
  • 1 klein teentje look
  • 1 snede brood, zonder korst*
  • eventueel 1/3 van een rood pepertje
  • zwarte peper en zeezout
    Dit is vast de eenvoudigste, snelste soep die je ooit zult maken.
  1. Snijd alle ingrediënten in niet al te grove stukken en gooi ze in de blender.
  2. Mix op hoogste snelheid tot een mooie, gladde, paars-rode soep.
  3. Kruid met peper en zout.
  4. Gazpacho moet naar mijn mening ijskoud zijn. Zet hem voor het serveren dus liefst nog een tijdje in de koelkast.
  5. Giet in glaasjes en werk eventueel af met wat erg fijn gesneden stukjes komkommer, tomaat en paprika, een beetje olijfolie en wat zwarte peper. Of gewoon zo. Met een sneetje lekker brood. 


*No-Waste-Tip: Rooster de korsten, die je in kleine blokjes sneed met wat kruiden, geplette look,een sprenkeltje olijfolie, peper en wat zout in de oven en je hebt een geweldige topping voor op een salade of voor in de gazpacho.


donderdag 28 mei 2015

Rheum rhabarbarum

Examens houden de rabarber niet tegen te groeien. 

Met "de rabarber" heb ik het dan niet over onze rabarber, want die lijkt altijd wel een reden te vinden om niet te groeien. 


Wel de rabarber van de buren, van wie de arme plant aangevallen werd door hun puppy (’t is een nogal enthousiast beestje…). De rabarber moest dus dringend geoogst worden, voor het hondje de hele oogst verwoestte en aangezien ze zelf geen weg konden met 10 kilogram van die blozend rode stengels, werd er ons een gulle portie gedoneerd.


Bij deze: rabarbercrumble, gesponsord door onze buren. 

En door hun puppy. 


Rabarbercrumblevegan

  •  1 grote bussel rabarber, zo’n 10 stengels
  • 3 appels
  • 2 peren
  • 3 lepels appelstroop of honing, eventueel wat meer als de rabarber erg zuur is
  • 1 el puur vanille-extract
Voor de crumble
  • 150g bloem ( ik gebruik vaak volkoren speltmeel, maar zelfrijzend bakmeel werkt evenzeer)
  • 100g havervlokken
  • 100g gesmolten kokosolie
  • 50g kokosbloesemsuiker
  • 2 el honing  of ahornsiroop
  • Eventueel  1 handvol fijngemalen noten
    of (iets minder gezond en niet vegan, maar dat mag ook al is) 100g verkruimelde speculaasjes
  • Snuifje zout
  • 1 tl kaneel

1. Schil de rabarber en snijd hem in grove stukken. Doe ze samen met een eetlepel water of 2 in een grote kookpot en laat hem op een zacht vuurtje stoven tot hij gaar, maar nog niet volledig uit elkaar gevallen is.

2. Snijd de appels en peren (met schil) in grove stukken en doe ze bij de rabarber.

3.Smelt de appelstroop door hem 40 seconden op te warmen in de microgolfoven en roer hem onder de appels en de rabarber. Proef even. Het moet licht zuur, maar toch net zoet genoeg zijn. Als het nog niet naar je zin is, voeg je nog wat extra appelstroop of wat honing toe.

4. Schep het fruitmengsel in een ovenschaal.

5. Meng in een aparte kom alle ingrediënten voor de crumble. Het moet een- u raadt het nooit- kruimelige structuur krijgen. Als het iets te sterk op deeg (als brood- of erger nog pannenkoekendeeg) lijkt, dien je wat extra havervlokken toe te voegen.

6. Verdeel de crumble over het fruit en zet de schaal voor zo’n 30 minuten in de oven op 180°C.

Voor mensen zonder geduld: rechtstreeks uit de oven eten kán, maar houd dan wel een paar liter ijskoud water in de buurt. (de suiker in de crumble karamelliseert en dat is, ik spreek uit ervaring, behoorlijk heet …)

7. Even laten afkoelen dus en dan kan niks er u nog van weerhouden met een lepeltje in deze zalige lekkernij te duiken.


Reality strikes ...






vrijdag 17 april 2015

Vrolijk voedsel: naicecream

Sun is shining baby!

Die goeie ouwe lente, net toen het leek alsof ons landje nooit uit zijn winterdepressie zou geraken was hij daar. Net op tijd.

Aan het begin van elk seizoen zeg ik “Dit is nu echt mijn favoriete seizoen!”. Ik hou gewoon van variatie en vind elk seizoen wel iets hebben: zwemmen in zee in de zomer, boswandelingen in de herfst en avonden voor het haardvuur in de winter. Ik hou ook van clichés, ziet u.

Maar met de lente is het toch dat tikje anders. Er is geen enkel seizoen dat me plots zoveel energie en vreugde kan geven. Niet moeilijk ook, want wie wordt er nu niet blij van die plotse helder schijnende zon, blaadjes aan de bomen en lammetjes in de wei. Lente roept in mij ook al tijd een sterke drang naar actie op. De zon moet maar beginnen schijnen of ik sta al in de Aveve potgrond en zaadjes te kopen (Balkonmoestuin, here I come!). Ik moet maar een paardenbloem zien bloeien of ik verlang al naar een namiddag idyllisch wandelen door weides met een picknickmand aan de arm en een vers geplukt boeket bloemen. De thermometer moet zich maar even boven de 12 graden schieten of ik  plan al buiten te eten (en doe dat dan ook… met 3 truien, een dekentje en dikke wollen sokken). 

Al die heerlijke lentedingen. Voor mij en velen overschaduwd door een met tranende ogen, een kriebelende keel en een  gekluisterd zijn aan de zakdoekendoos, maar kom: die pollen horen er nu eenmaal bij en dat heeft allemaal ook zo zijn charmes( Niet echt, maar zon maakt een mens ook een pak positiever heb ik het gevoel).

Nog zo’n direct gevolg van zonneschijn is de drang naar fris, vrolijk voedsel. U weet wel: slaatjes enzo. En niet te vergeten: ijs.

1 probleem. Allé, neen. 2 eigenlijk.
  1.      Tijdens de les dierkunde wist de assistente ons te vertellen dat er vis in ijs zit. De fabrikanten zouden stoffen uit vis gebruiken om te voorkomen dat het ijs begint te kristalliseren en vervatten deze stofjes onder “natuurlijke smaakstoffen” Lekker … :/  Dus bij het zien van een pot vanille-ijs moet ik nu steeds aan rauwe vis denken. (behoorlijk efficiënte mind-set om die ijsverslaving een beetje onder controle te houden met het bikiniseizoen in het vooruitzicht.)
  2.      Zelf ijs maken is geen optie, want m’n ijsmachine is om technische redenen even buiten spel. 

Maar lente zonder ijs. No way! Bikini’s, vissen, ijsmachines of niet. Er moet en zal ijs gegeten worden.

 En daar komt mijn all-round vriend de banaan weer spelen. Want hoewel op Instagram niemand nog iets anders lijkt te eten, is naicecream/ banaanijs bij ons precies nog niet helemaal gekend. Volledig onterecht en moest ik Jeroen Meus zijn, zou heel Vlaanderen zich binnen de kortste keren ook in het banaanijs schieten. Helaas reikt mijn doelpubliek niet dermate ver, dus zie dit als een klein, kostbaar geheimpje tussen jou en mij.

Het principe is even geniaal als simpel: mix ingevroren bananen en je krijgt een zalig, romig ijs. Zonder vis, zonder toegevoegde suikers, zonder vet, zonder bewaarmiddelen, smaakstoffen of wat dan ook. Banaan en niets dan banaan.  Manmanman, dat ik daar nooit helemaal zelf ben opgekomen...

Nu ken ik veel mensen die iets hebben tegen banaan, die gewoon niet houden van de smaak. Wel, vreest niet gij allen! Voor alles is er een oplossing: probeer een van de onderstaande variaties, want door toevoeging van bijvoorbeeld besjes of chocolade, maskeer je de banaansmaak en houd je enkel nog zijn romige textuur over.

Voila, laat die zon maar schijnen, ik ben er helemaal klaar voor!

Naicecream a.k.a banaanijs

  • -          Banaan, in stukjes gesneden en ingevroren
  • -          Plantaardige melk of gewoon water

Doe de banaan samen met een scheutje van de melk of het water in een kleine keukenrobot of blender en mix. Je zal af en toe moeten stoppen om er met een lepel wat in te roeren zodat de mixer weer wat stukjes banaan binnen zijn bereik heeft. Indien nodig voeg je nog een beetje melk toe (niet te veel of je krijgt een milkshake, ook lekker, maar niet onze intentie). Toegegeven, dit vraagt enig geduld, maar eens het ijs vertrokken is wordt het in 1 2 3 heerlijk romig.

Mix wanneer je denkt dat het goed is nog een 15tal secondes door. Ja zal zien dat het ijs dan extra licht en luchtig wordt.

Schep in een kommetje en lepelen maar!


Variaties op het thema

Chococolate

Voeg van bij het begin naar smaak cacaopoeder toe en zoet eventueel met een lepeltje rijststroop, ahornsiroop of honing.  Lekker met wat extra stukjes chocolade of wat geraspte kokosnoot.

Berrylicious

Start met een bodempje water en 1 verse, niet-diepgevroren banaan. Mix deze tot een slijmerig papje. Voeg dan een paar handen diepgevroren bosvruchten toe en mix opnieuw. Zoals bij het klassieke banaanijs vraagt dit wat gemeng en gemix en opnieuw gemeng en weer gemix. Geduld is het geheim.

Orangade

Vervang de melk in het klassiek recept door appelsiensap.

The nutty one

U raadt het al: notenboter. Hier geldt: overdaad schaadt. Een subtiele lepel pindakaas of amandelboter is genoeg voor het meest romige, hemelse ijs dat je je kan inbeelden. Afwerken met wat gekaramelliseerde amandelschilfers voor de luxe-editie.

Perzikje (kennen jullie dat schattige mammoetje uit Ice Age? )

Mix in het klassiek recept eerst de melk met 1 perzik of nectarine. Voeg dan de bevroren banaanstukjes toe en vervolg het recept. Kan ook met een handvol aardbeien in plaats van perzik.


Conclusie: eigenlijk werkt zo goed als alles. Je kan ook alle soorten fruit invriezen en mixen tot een sorbet zoals je dat met de banaan zou doen. Experimenteer er op los! 

dinsdag 17 februari 2015

Pataat bataat!

Als er 1 ding is dat ik geleerd heb uit het televisieprogramma “Mijn restaurant” dan is het wel dat less more is (en ook dat je best niet aan dergelijke televisieprogramma’s meedoet, aangezien het noch winnaars, noch verliezers van dit programma na afloop goed vergaan is). Wie 'Mijn restaurant' gezien heeft, zal zich ook nog wel herinneren dat dit dé oneliner was van Peter Goossens wanneer hij voor de zoveelste keer de gerechten van de deelnemers bekritiseerde. Niet slecht bedoeld, want Peter had gelijk. Eenvoudige dingen smaken vaak nog het best.

Tomaat, mozzarella, basilicum en wat olijfolie.
Een frisse schijf watermeloen putje zomer.
Appel met amandelboter.
Aardbeien met chocolade.
Gebakken champignons met zeezout.
Lekker brood met avocado en zwarte peper.

…

Ik kan zo nog een tijdje doorgaan, maar ik denk dat je mijn punt wel al vat. Vaak heb je aan een paar zorgvuldig gekozen producten genoeg om een waanzinnig lekker gerecht te maken. 

Mijn meest recente less is more ontdekking is zoete aardappel (alias de bataat) uit de microgolfoven. Dat u niet meteen het water in de mond krijgt, lijkt me aannemelijk, maar dat wil dan alleen maar zeggen dat u nog niet op de hoogte bent van dit culinair mirakel (dergelijke terminologie is hier op z’n plaats). Na zijn verblijfje in de microgolfoven, garandeer ik u het toppunt van lichtzoete, gekaramelliseerde, romige smeuiigheid. Die hards (en alle anderen die het eenmaal geprobeerd hebben) eten de aardappel met krot en mot (lees: mét schil) op, want die schil is naar mijn bescheiden mening het beste deel van deze oranje kanjer.


Ik eet hem  als ontbijt, middagmaal of avondeten (of een willekeurig moment daartussenin). Liefst met een flinke lepel amandelboter (als ontbijt) of wat postelein erbij (als lunch). Zero werk, maar hemels en bovendien nog gezond ook. Zoete aardapppels zitten tsjokvol vitamine A, C en B6, calcium, foliumzuur en kalium. Een soort multi-vitamientje van Moeder Natuur zeg maar. Daarbij bevat dit patatje ook nog eens veel vezels en complexe koolhydraten, die zorgen voor een lang verzadigd gevoel. Verder beweert men ook dat deze oranje snoepers je zouden kunnen helpen met afvallen (iets met adiponectine en lectine, maar voor meer nutritionele info daaromtrent raad ik je aan zelf wat te googlen, want hier laat ook mijn nutritionele kennis het afweten).

Ik onthoud: gigantisch lekker, geen werk en fijn voor de lijn. 

U onthoudt: meebrengen uit de Colruyt/ Bio-Planet/ Delhaise/ … : ZOETE AARDAPPELS.

Zoete Aardappel





-          1 zoete aardappel/ bataat
-          1 microfolfoven

  1. Was de bataat zorgvuldig en prik er met de punt van een mes gaatjes in. Dat mogen er best veel zijn, dus reageer u gerust af en prik alle stress van de afgelopen dag weg (vermijd hierbij het doorzeven van uw eigen vingers of die van omstaanders).  Erg therapeutisch ook, dit recept.
  2. Wanneer u gedestresseerd (is dit een woord? )  bent en uw aardappel netjes doorprikt is, plaats u hem op een bordje, wandelt u naar de microgolf, stelt u iets tussen de 8 en de 11 minuten in, neemt u de krant of een ander literair werk naar keuze en wacht geduldig tot het mirakel voltrokken is.
  3. Neem uw bord (bij voorkeur met een ovenwand, tenzij u vuurvaste handen of een tube Flamigel binnen handbereik heeft) uit de microgolfoven, snijd de aardappel in de lengte open, neem een lepeltje, plof met bord en al in de zetel en aanschouw de wonderen der eenvoud.
    Less is so much more ...
  4. Herhaal voorgaande stappen naar believen.

Tip: lekker met een lepeltje amandelboter, kaneel, tahin, wat postelein of een simpel klontje boter en wat zout.



*Gaartijd is afhankelijk van hoe u uw aardappel wilt, maar ik raad u aan hier mee te experimenteren. Ik ga bijna altijd voor de volle 10 minuten, omdat ik dan zeker ben dat de aardappel lekker gaar en gekaramelliseerd is. 




dinsdag 10 februari 2015

De Dunne Vegan

Ik heb 3 obsessies: nagellak, oorbellen en … kookboeken. 

Laat mij alleen naar de stad gaan en je kan ervan op aan dat ik met één van de drie naar huis kom. Gelukkig meestal met de eerste twee. Mijn kookboekenobsessie probeer ik wat binnen de perken te houden. Met enige halsstarrigheid  en onder het motto dat ze al die boeken op een dag wel eens in de bib zullen hebben, probeer ik mezelf wijs te maken dat mijn budget beter aan “nuttigere” dingen gespendeerd wordt. Mijn kookboekencollectie is dus helemaal niet zo uitgebreid als u na het lezen van mijn eerste zin vast gedacht zal hebben. Hoewel het wel mijn toekomstdroom is: later een gigantische boekenkast (bij voorkeur met zo’n laddertje) vol kookboeken. Een nieuw kookboek blijft dus altijd iets speciaals voor mij, een soort mini-mijlpaal in mijn toekomst-kookboekenkastplan.

Het jaar kon dan ook niet beter beginnen, want januari was nog niet goed halfweg of ik kon al een nieuwe aanwinst verwelkomen in mijn minikookboekenkastje. De Dunne Vegan,  de midprice versie van Puur plantaardig, een kookboek van Antoinette Hertsenberg en Jacinta Bokma.  Midprice-versie? Ik had er ook nog nooit van gehoord, maar het komt er volgens mij op neer dat De Dunne Vegan een ietwat bescheidenere lay-out heeft dan Puur Plantaardig, waardoor het boek tegen een zachtere prijs verkocht kan worden.Of ook: hetzelfde boek, maar dan goedkoper. Wat mij betreft een geweldig concept, dat midprice-gedoe. (lees: meer geld voor oorringen en nagellak)

Puur Plataardig is zo een van die boeken, waarvan de mevrouw aan de balie van de bib  vermoedelijk denkt dat ik het achterstevoren vanbuiten aan het leren ben in het Chinees ofzoiets, simpelweg omdat ik het al (minstens) 5  keer heb uitgeleend, vanzelfsprekend inclusief de toegestane verlengingen. Nu ik mijn eigen exemplaar heb, kan ik het ongelimiteerd doorsnuisteren en alle recepten uitproberen wanneer ik dat wil en er de tijd voor heb. My precious ….  
“Alle recepten” mag gerust letterlijk genomen worden, want er staat véél leuks in dit boek. Ik heb het nu al zo vaak uitgeleend en nog steeds heb ik niet al mijn bladwijzertjes  af kunnen werken (lees: stukjes verscheurde tijdschriften die ik op de bladzijden van potentieel interessante receptjes stop en die er dan telkens allemaal uitvallen, waardoor ik elke keer opnieuw het hele boek “moet” doorbladeren …). Hieronder enkele van mijn persoonlijke favorieten, met mijn eigen variaties:

    •         Happy haantjes roeromelet. Een omelet van van silken tofu. Heerlijk met een simpel rucolaslaatje en een vaste waarde op kot, wanneer ik weinig tijd heb.
    •          Paella Zarzuela met Spaanse sperziebonen. Deze maakte ik ooit –hoe toepasselijk- in Spanje. Echt zalig, vooral met de sperziebonen, die gegaard worden in een tomatensausje. Ik top de paella graag af met iets wat ik tot  mijn vegan chorizocrumble gedoopt heb: edelgistvlokken, amandelen en gerookt paprikapoeder met een scheutje lekkere olijfolie in de blender en je hebt een spicy crumble die perfect past bij dit zuiderse gerecht.
    •          Tandoori tofuballetjes in kokoscurrysaus met pilafrijst en broccoli. Dit gerecht vraagt wel een beetje werk. Vaak laat ik de pilafrijst dan ook achterwege en eet ik de balletjes en de saus met wat snelkookrijst. Een echte aanrader voor kokos- en curryliefhebbers.
    •          Bungeejumpbrownies. Ik zou mezelf niet zijn, mocht ik de dessertensectie niet volledig hebben uitgeprobeerd. Deze brownies zijn mijn favoriet: alles behalve alledaags, maar laat dat nu net zijn wat ik er zo tof aan vind. Geen kat die het proeft, maar in deze brownies zit niets minder dan … een pot bonen. Het recept vraagt om kidneybonen, maar ik maakte ze al 2 keer met kikkererwten en dat ging ook prima. Ik deed er wel wat extra bloem bij, omdat ik ze zonder iets te kleverig vond, maar da’s persoonlijk. Het recept vind je onderaan deze post.

En  op mijn to-make-list staat er nog meer van dat lekkers, nog véél werk voor de boeg …

Enige minpuntje van dit boek: niet alle recepten zijn voorzien van foto’s, maar mits een beetje fantasie valt dat best te overbruggen. Plus: een perfecte gelegenheid om mijn (nog steeds niet al te fameuze) fotografieskills wat bij te schaven.

De Dunne Vegan in het kort: een ideaal boek wie van lekker en gezond eten houdt, voor vegetariërs met weinig tijd en voor carnivoren met de nodige zin voor avontuur. 

Bungeejumpbrownies

Gebaseerd op het recept uit De Dunne Vegan
  • 100g kokosroom (het romige bovenste laagje uit een “ongeschud” blik kokosmelk)
  • 200g pure chocolade
  • 50ml rijststroop
  • 2 el kokosbloesemsuiker
  • 1 el vanille-extract
  • 200g kidneybonen of kikkererwten, uit blik, gespoeld  en uitgelekt
  • 100g zelfrijzend bakmeel of speltmeel met 1 extra tl bakpoeder
  • 1 tl bakpoeder
  • Snuf zout
  • 1 tl kardemonpoeder, optioneel

  1. Smelt de chocolade in de microgolfoven.
  2. Mix alle ingrediënten in de keukenrobot.
  3. Schep het beslag in een met bakpapier beklede rechthoekige vorm.
  4. Bak de brownies gedurende  30 minuten of tot ze stevig en toch nog licht vochtig zijn.
  5. Laat afkoelen, snijd in vierkantjes en klaar!






zondag 20 juli 2014

Ode aan Oz



Wat cake betreft ben ik behoorlijk conservatief ingesteld. Geef mij maar zo’n stevige, ouderwetse cake waarvan je lekker dikke plakken kan snijden. Van die overdreven versierde cupcakes zijn dus niet echt mijn ding. Ik bedoel: in een muffinblik passen 12 (!!) cupcakes, dus met mijn versiertalent (de gemiddelde kleuter is beter in fijn werk dan ik… ) zou ik gewoon 2 uur aan het prutsen zijn met van die felgekleurde rolfondant. Rolfondant, nog zoiets wat ik vreselijk vind aan cupcakes: je moet eerst kilo’s van dat chemisch spul opeten voor je eindelijk een stukje echte cake tegenkomt.

U hebt het waarschijnlijk wel al door: cupcakes zijn niet bepaald my cup of tea. Maar zoals iedereen wel weet bevestigen de uitzonderingen de regel. Hummingbirdcupcakejes  zijn zo’n buitenbeentje, waarvoor ik mij toch graag eens in de wonderlijke wereld der cupcakes begeef. Deze cakejes doen mij immers vol nostalgie terugdenken aan de winterse ontbijtmomentjes met mijn moeder en Dr. Oz… 

 “Huh?!”


Het begon allemaal een jaar geleden. Ik kwam beneden en hoorde de schelle stem van een man achter de keukendeur galmen. “Indringers”, dacht ik aanvankelijk, maar niets daarvan: eens de keukendeur geopend, werd alles duidelijk. U moet weten dat ik niet zo’n spraakwaterval ben en dat het bijgevolg nogal eens erg stil kon worden wanneer mama en ik samen aan de ontbijttafel zaten. Mama zal klaarblijkelijk genoeg gehad hebben van deze saaie stilte en zoals de meeste mensen die stilte willen opvullen, had ze van pure miserie de televisie aangezet. (Tja, wie kent het niet: er komt bezoek en u weet dat er hoogstwaarschijnlijk van die gênante stiltes zullen vallen, dus zet u de tv aan in de hoop dat deze je uit die doodse momenten zal weten te redden.) En inderdaad, de stilte was verdwenen en al snel werden mama en ik elke ochtend virtueel vergezeld door onze goede vriend Dr. Oz. 



Zegt u niks? Misschien maar goed ook, want het kennen van deze (populaire) Amerikaanse Doctor is niet meteen iets om fier op te zijn. The Dr. Oz show  is zo’n typische Amerikaanse talkshow over gezondheid, geleid door – hoe kan het ook anders- Dr. Oz en met in het publiek een 50tal van die typisch Amerikaanse huisvrouwen, die uit hun dak gaan wanneer Oz een “assistent of the day” nodig heeft om hem bij te staan bij een meestal “erg educatief" spel. Wat mij betreft ging de show vooral om kijkcijfers en het entertainen van Amerikaanse vrouwen die (hier ben ik vrij zeker van ) stiekem foto’s van hun geliefde Oz boven hun fornuis/wasmachine/ bed hadden hangen, in plaats van het werkelijk bijbrengen van kennis over gezondheid. Wie zich nog steeds geen beeld van de show kan vormen, moet maar eens een paar fragmentjes bekijken op de site.


Maar om heel eerlijk te zijn, raakte ook ik na enkele afleveringen heimelijk gehecht aan onze ontbijtafspraak met Dr. Oz (maar neen, ik heb geen grote poster van hem boven mij bed hangen… een kleintje maar ;) ) en diep was dan ook de ontgoocheling wanneer Vitaya hem tegen de lente uit de ether haalde.  De mooiste herinneringen heb ik aan die ene aflevering waarin Oz veganistische cakejes bakte met Elmo  (dat zegt al veel over het niveau van de show, want ja dat is dat rode beest uit Sesamstraat). Mijn aandacht was natuurlijk subito presto gewekt (# vegan bakken) en het weekend nadien werden de cakejes meteen uitgeprobeerd en aangepast (het originele recept bevatte meer olie en suiker en ik wilde perse een karamelglazuur omdat ik het niet zo op roomkaasglazuur begrepen heb). 
En zo bakte Anne-Sophie voor het eerst in haar leven en tegen al haar principes in cupcakes. 
Dit recept voor mijn sindsdien favoriete cupcakejes draag ik dus graag op aan jou, Dr. Oz  ;) 


Hummingbird cupcakejes


         -              200g zelfrijzend bakmeel
         -              1 el bakpoeder
         -              snuifje zout
         -              1 handvol noten, tot poeder gemalen

-              120g appelmoes
-              50g kokosolie of walnootolie
-              1 el vanille-extract
-              enkele drupjes amandel-extract
-              10 el Pure Via stevia of 1 maatschepje stevija (reb-a)
-              1 grote banaan
-              1 flinke el pindakaas
-              1 el kaneel
-              1 el dadelstroop
-              zeste van 1 sinaasappel
-              sap van ½ sinaasappel
-              1 tl appelazijn
-              150g ananas- of appelblokjes


Voor de afwerking
-              karamelglazuur, zie recept hieronder
-              walnoten, grof gehakt
-              pompoenpitten
-              gojibessen
-              cacaonibs


  1. Verwarm de oven voor op 190°C.
  2. Meng alle droge ingrediënten door elkaar.
  3. Doe alle andere ingrediënten, behalve de appel- of ananasblokjes, in een blender en mix tot een lopend geheel.
  4. Meng het geblenderde mengsel door de droge mix, schep er de appel- of ananasblokjes door en verdeel het beslag over 12 muffinvormpjes.
  5. Bak de cakejes gedurende 25 minuten in de op 190°C voorverwarmde oven.
  6. Laat afkoelen, schep er een lepeltje karamel over en werk af met stukjes walnoot, pompoenpitten, cacaonibs en gojibessen. 



Caramelglazuur



-              20 dadels
-              100 ml water
-              1g agaragar
-              1 el kokosolie
-              1 el riet- of kokosbloesemsuiker
-              50 ml sojaroom
-              Een flinke snuf zeezout


  1. Breng de dadels en het water samen met de agaragar in een klein steelpannetje aan de kook tot de dadels uit elkaar beginnen te vallen.
  2. Doe er de kokosolie, het zout en de sojaroom bij en roer goed.
  3. Klaar!